Aanrijding 

Voorzichtig rijd ik het terrein van mijn schoonouders’ huis weer op. We zijn een paar dagen in Zuid-Frankrijk ter gelegenheid van de verjaardag van mijn schoonvader. Hun hond dartelt mee langs de auto. De buurhond waarmee ze op het kruispunt van de Dorpsstraat (Rue de la Village) stond bij te blaffen achterlatend. Als ik de auto heb geparkeerd, hoor ik een noodkreet die door merg en been gaat. Een meter of twintig verder gooit een vrouw radeloos haar armen in de lucht en bukt zich dan voor een auto met draaiende motor over een verdrietig hoopje hond. Zijn grijze staart, net nog zo vrolijk, hangt slap. Ik verstar en hoor hoe de bestuurder zich keer op keer verontschuldigt. Het dorpje heeft zestig huizen. Drie straten. Er komt nooit iemand. Maar het is dus zo gebeurd. Het gierende gehuil van de eigenaresse verwijdert zich langzaam naar een vakantiehuisje even verderop. Bedrukt loop ik met mijn armen vol baguettes en croissants naar binnen. We ontbijten op het terras en een keer hoor ik de hond kermen van pijn. Hij leeft nog, maar hoe? De hele ochtend houd ik het huis in de gaten. Gaan ze naar de dierenarts in het stadje hier vlakbij? Ooit waren we daar met Floppy, die een tia had gekregen de ochtend na aankomst hier. Ze was heel vriendelijk en lapte hem (en ons) weer op. Hij kon nog jaren mee toen. En ook hij is een keer aangereden en heeft het overleefd. Halverwege de middag houd ik het niet meer. Ik loop naar het huisje en vraag in mijn beste Frans aan de meneer in de tuin hoe het met de hond gaat. Hij kijkt niet begrijpend. Ik herhaal mijn vraag. Dan komt er achter hem een grote zwarte hond uit het huis. Ze zijn net aangekomen. Blijkbaar heb ik het vertrek van de andere gasten gemist. Ik verontschuldig me en wens hen een fijne vakantie. Ik hoop maar dat alles met het andere hondje goed is gekomen. En neem me voor om morgen nog voorzichtiger brood te gaan halen. Een ongeluk ligt in een klein hoekje. Ook op het Franse platteland.