Dag 9: San Diego


We worden wakker van luid geroep ‘Go away! Go away!’ Gevolgd door wat onverstaanbare klanken. Een blik op de klok leert dat een aanvang daartoe geen slecht idee is. Beneden in de lobby zien we politie en authentieke protesteerders die scanderend rondjes lopen met een bord in hun handen. Iets met Union. We ontbijten en Skypen met thuis. Dan checken we uit en installeren ons weer in de auto. Zo’n twee uur reistijd waar we de hele dag over mogen doen. Eerst een Starbucks, waar ik wederom Lorraine wordt genoemd. Volgende keer m’n naam spellen dus. Als we door Laguna Beach rijden, word ik op een idee gebracht: ‘Ik wil mijn nagels laten doen! Voor het ‘bedankje’ van Stijn voor mijn oude iPhone. Vindt hij vast gaaf! ­čÖé We parkeren de auto en maken een keuze uit de talloze nagelstudio’s. Manlief gaat een half uurtje sightsee-en en ik word in de watjes gezet. Aardige dames en zeer talentvol. Ik reken helemaal blij af. Ben normaal niet zo van de versiersels, maar dit is awesome! Als we een half uurtje gereden hebben, vraag ik om een sanitaire stop en wijs een tankstation aan. Het volgende moment slaat De Pech in de vorm van een hoge stoeprand toe: een lekke band. De eigenaar van het tankstation komt naar buiten en ziet mijn ontreddering. Hij adviseert het autoverhuurbedrijf te bellen: we staan in elk geval veilig. We worden keurig te woord gestaan: een monteur is onderweg en we kunnen de auto omruilen bij een andere vestiging. Al met al duurt het een paar uur. We krijgen meelevende reacties van klanten. De eigenaar geeft ons als troost een paar leuke souvenirs. En ik deel een paar handige tips die de monteur goed kan gebruiken (nucklehead editie 2016). Dan keren we voorzichtig met het thuiskomertje terug naar Long Beach. Als ik de vervangende auto zie, kan ik een jubelkreet niet onderdrukken. Hij heeft allerlei extra’s zoals USB-opladers en een parkeersysteem met camera’s. Maar het mooiste: Hij is blauw! En dat matcht perfect bij mijn nagellak!! We rijden nogmaals naar San Diego, ditmaal over de snelweg. En ruim twee uur later proosten we bij een Ierse pub op de goede afloop. Life is so good. 

Dag 8: Long Beach


De wekker wekt ons na een rusteloze nacht. Veel geluiden van de straat, een keer paniekerig gegil en een aanhoudende bladblazer?! We zijn zonder tegensputteren in minder dan een uur onderweg naar de Universal Studio’s. We besteden het verjaardagscadeau van Schoonmama aan een schaduwrijke parkeerplaats op 50 meter van de ingang. Lekker gemakkelijk en zo is de inhoud van de auto, onze koffers, gelijk ook beter beschermd. We ontvangen de online bestelde First-in-Line-kaarten, met verjaardagscomplimenten van broer en schoonzus, en starten met een ontbijt. Dan duiken we de gloednieuwe Harry Potter-attractie in. We vergapen ons aan de overbekende winkeltjes van Hogsmead en de Hogsward-stoomlocomotief. Dan kijkt Manlief me lachend aan: ‘je kunt het, je hebt acupunctuur tegen misselijkheid gehad!’ Een beetje zenuwachtig ben ik wel. Het helpt tegen lucht- en wagenziekte. Maar tegen deze 3D achtbaan? Tien minuten later zit ik witjes in de buitenlucht. Het antwoord is ‘natuurlijk niet, idioot!’ Maar het had erger gekund. Terwijl ik een beetje bijkom, gaat Manlief in de attracties Return of the Mummy en in Jurrasic Park. Drijfnat, maar lachend komt hij terug: ‘Cool!’ We kijken nog even bij een ‘levende’ Raptor en lopen dan verder. En zo gaat het de rest van de dag: hij pakt de ‘heavy stuff’, terwijl ik me vermaak met een Minion, Donkey, Shrek en Scooby-Doo. En met shoppen! De vraag van de medewerker of ik alles heb kunnen vinden, kan ik volmondig bevestigen. Met een grote lach op onze gezichten lopen we om 5 uur naar de auto. Het hotel in Long Beach ligt 44 km verderop. Maar er staat een echte LA-file. Hierdoor hebben we prachtig zicht op het Hollywood-sign. Maar zelfs de navigator vindt de vertraging te gek worden en leidt ons binnendoor. Nu zien we de andere kant van LA. Eentje die minder leuk is. Veel minder. Ik prevel een binnensmonds schietgebedje dat we geen pech krijgen, terwijl ik de woorden van Broer in gedachten hoor: ‘Geen oogcontact maken!’ En blijf gas geven. Na bijna drie uur rijden we de parking bij het hotel binnen. We doen geen moeite voor een zoektocht naar een leuk tentje en eten heerlijk in de lobby van het hotel. Onze kamer (met erkerbank) bevindt zich op de bovenste verdieping met een prachtig uitzicht over de lichtjes van de haven. Morgen slapen we uit en doen we op ons gemakje. Even bijkomen van al dat genieten. Maar wat hebben we een plezier gehad! 

Dag 7: Santa Monica

We verslapen ons voor het eerst deze vakantie. Om kwart over 7 schrik ik pas wakker. Gelukkig staan er maar drie “must see’s” op het programma en hebben we de tijd. Nog een laatste blik op de oceaan en weg zijn we. Het is mistig en bewolkt, maar dat gebeurt vaker zo vlak bij het water. We rijden naar Morro Bay waar een gigantische rots net voor de boulevard uit het water oprijst. Tweemaal rijden we de hele straat heen en weer. We zijn blijkbaar een van de weinigen die kunnen zeggen dat de gigant volledig onzichtbaar was onder deze weersomstandigheden. Next stop is mijn verjaardagscadeau van Wim en Corne: een ontbijt bij Ihop. Ik had nog niet eerder van de keten gehoord en ben benieuwd. Mijn stoutste dromen worden werkelijkheid: een gebakken ei met bacon en hashbrowns. En cupcake pancakes met gekleurde sprenkels. Manlief schatert bij het zien van mijn blije gezicht. Thx, guys! In de auto toets ik 5225 Figuerao Mountain Road, Los Olivos, in. Ook bekend als de Neverland Ranch van Michael Jackson. Het is afgelegen en we herkennen het hek in eerste instantie niet eens. Maar als we uitstappen, zien we de vele berichten die fans achterlieten. Heel bijzonder om op de plek te staan waar mijn jeugdidool zoveel jaren heeft gewoond en dezelfde bergen te zien als waar hij naar heeft gekeken. En triest dat hij er niet meer is. Zijn graf is onbereikbaar, dus ik ben blij dat ik hem hier kan gedenken. De volgende bezienswaardigheid ligt in Ojai: Bart’s Books. Een bungalow met buitenterrein waar elke centimeter is gevuld met tweedehands boeken. Manlief weet niet waar hij moet kijken en haalt z’n hart op. Met drie aanwinsten verlaten we het pand weer. Bij de supermarkt kopen we flessen water, Purell, peanutbutter M&M’s en een grote bak vers fruit. Een stukje verderop tanken we voor het eerst: best spannend want de slangen voor diesel en benzine zijn hier net omgekeerd. Het laatste stuk gaat langs de kust via Malibu naar Santa Monica. Als we de pier oplopen, valt weer het grote aantal daklozen op en hun opdringerige vraag om aandacht. Van de vorige keer weten we nog dat als je er een iets geeft je gelijk belaagd wordt door anderen. Beter dus om geen oogcontact te maken en vooral degenen met hond te mijden. Tegen 9 uur zijn we terug op de hotelkamer en gaat het licht uit. Weer een heleboel prachtige herinneringen erbij. 

Dag 6: San Simeon

Toen we hier in 2008 kwamen, waren we flabbergasted. Een hotelkamer recht aan de oceaan met een eigen open haard. Maar we waren op doorreis. Met bidden en smeken kreeg ik mijn broer zover dat we een half uurtje later zouden vertrekken. En ik nam me plechtig voor om terug te komen! Dus vandaar dat we nu twee nachten hebben geboekt. Om even bij te komen, te lezen, te wassen, te genieten. En vooral lang naar de oceaan te kunnen kijken. Geen golf is hetzelfde en het verveelt geen moment. Want de oceaan is vandaag verre van leeg. We zien vijf pelikanen, twee zeehonden, acht zeeleeuwen en drie dolfijnen recht voor ons balkon. En twee eenden! Naast de bijbel ligt een verrekijker in de la van het nachtkastje en die wordt goed gebruikt. Om onze ogen zie je inmiddels ronde kringetjes en de albatros in de tuin kijkt steeds weer verbaasd en ge├»nteresseerd bij het horen van onze enthousiaste kreten. Het weer is redelijk: bewolkt en een graad of 18. Maar het water is koud! We zien surfers en kayakkers in stevige wetsuits. We wandelen een stuk langs het strand in lange broek en jack. Als ik ’s avonds de haard aansteek, kijken Manlief en ik elkaar lachend aan. ‘Hoeveel regels heb jij vandaag gelezen?’ Maar wat was het weer een prachtige dag. 

Dag 5: San Simeon

Vanochtend zag ik op Wikipedia dat John Denver hier vlakbij is neergestort. Er is een memorial plekje aan de kust. We parkeren de auto en spreken een mevrouw die haar hond uitlaat aan. Ze heeft geen idee waar de gedenksteen zich bevindt! We lopen een stuk verder terwijl we prachtige plaatjes schieten. Weer vragen we de locatie, met hetzelfde resultaat. Nog een stukje kustlijn. Manlief schatert het uit: ‘Ik merk aan jouw reactie welk dier je ziet. Je  “bevriest” bij een eekhoorn!’ Maar het levert wel weer een prachtige foto op. Ook een paar ge├»nteresseerde toeristen zoeken inmiddels mee. Dan zie ik de kei. Ik leg er een steen bij in de vorm van een hart. Geniet nog steeds van zijn muziek. En grinnikend om de veroorzaakte lokale commotie lopen we terug naar de auto. We kiezen voor de 17 Mile Drive. Keer op keer stoppen we om het uitzicht te bewonderen. Bij Carmel verlaten we de route. Een mooi stadje waar Clint Eastwood van ’86 tot ’88 burgemeester was. Next stop is Point Lobos, een state park. Een aantal zeehonden ligt hoogzwanger op een afgeschermd strand te wachten op de bevalling. Highway 1 verder volgend zien we het bordje Pfeiffer State Park. We hebben de waterval op het strand eerder gezien maar die is een tweede bezoek zeker waard. We lopen en lopen. Zien prachtige Redwoods. Zeggen af en toe hoopvol tegen elkaar dat we de oceaan horen. Tot we de waterval bereiken. Ook mooi, maar blijkt dus dat we in het verkeerde park zitten! Pfeiffer Big Sur is niet hetzelfde als Julia Pfeiffer-Burns. Lachend lopen we terug en 15 miles verder genieten we alsnog van het spectaculaire uitzicht. Het laatste stuk voor vandaag wordt nog een keer onderbroken door een blik op honderden zee-olifanten en op Hearst Castle. Dan bereiken we het mooiste hotel ter wereld in San Simeon. We waren hier in 2008 en feitelijk is onze huidige reis daarmee ontstaan: ik wilde terug naar de kamer met een open haard recht aan de oceaan. Toen hadden we niet veel tijd maar nu blijven we twee nachten. En genieten zullen we! Net als alle dagen tot nu toe. 

Dag 4: Monterey

Ik zie de zon letterlijk opkomen. De garnalenvissers verdwijnen een voor een en de eerste surfers gaan het water op. Via Skype laat ik mijn moeder meegenieten. Heerlijk. Na het ontbijt wordt de auto voorgereden en kunnen we vertrekken. Eerst naar San Juan, een oude missiepost. Onze mond valt open als we Main Street inlopen: blinkend glanzende oude auto’s staan aan weerszijden te pronken. De trotse eigenaren ernaast. Net vandaag is er een oldtimershow. De zon schijnt en op ons gemak lopen we tot aan het eind en weer terug. Dan bezoeken we het gebouw waar we eigenlijk voor kwamen. Een padvinder die echt heel veel op Russell uit Up lijkt, vraagt hoe mijn dag tot nu toe is. Hij is blij met het antwoord en reageert beleefd dat ook hij zich prima vermaakt. Dan lopen we terug naar de auto. Next stop is Salinas, de begraafplaats van John Steinbeck (Of mice and men). Vorige keer kreeg Manlief heel even de tijd om zijn standbeeld aan te raken in Monterey. Nu kunnen we meer gepaste aandacht geven. Net als andere begraafplaatsen in Amerika is het hier onbegonnen zoeken. Maar we rijden net zolang rond tot we een bordje zien. Ik pluk wat bloemen en leg ze bij de steen. Zolang mensen aan je denken, ben je niet dood. Monterey is ons eindpunt vandaag. We bezoeken het Bay Aquarium en vergapen ons aan de kwallen, inktvissen, zee-otters en pingu├»ns. Het is prachtig opgezet, mooie belichting waardoor ze extra goed te zien zijn. Bij een klein aquarium staan de kinderen vijf rijen dik. ‘Mama, mama, Nemo!!!’ klinkt het in meerdere talen. We zien het oranje clownsvisje, de blauwe Dory en grimmige Gill en glimlachen. We besluiten de dag bij Cannery Row Brewing waar ze 73 biersoorten hebben. En heerlijke burgers. Aan een toetje waag ik me niet meer. Het drankje in de lounge, terwijl we baseball kijken (Dodgers vs Cardinals) bevalt beter. Morgen zakken we verder de kust af, naar San Simeon. 

Dag 3: Santa Cruz

We ontwaken weer vroeg, tussen vijf en zes uur. Maar aangezien de ogen ook vroeg dicht gaan, is de slaaptijd voldoende om fit de dag te betreden. Als we het hotel uitlopen en de gebruikelijke groet wisselen met de portier, antwoordt hij ‘Any day above the ground is great!’ Schaterend lopen we de hoek om, richting Cable cars. En ja, we mogen de koffers meenemen op het enige bewegende National Monument ter wereld als we straks de huurauto gaan halen. Fijn, want die staat op een paar minuutjes van het eindpunt. We lopen naar de Fisherman’s Warf en ontbijten bij Boudin, een traditionele bakker die met zuurdesemdeeg werkt. Ik vraag een koffie XS en krijg als altijd twee volle mokken. Die hoeveelheden hier, het blijft wennen. Ik probeer bij een ATM geld te pinnen, maar die weigert resoluut. Later nog maar eens proberen. Als we uitchecken, is het fijn te weten dat we over drie weken hier weer terug komen. Heerlijk hotel! Bij de Cable cars doet de conducteur nu wel even moeilijk. Ze zijn een transportmiddel, geen taxi. Maar het is nog niet druk en de twee koffers mogen op het balkonnetje staan. Bij Alamo’s staat een enorme rij wachtenden. Slik! We proberen met een van de computers in te checken, maar die wil niet. Geduld dus. De meneer die ons helpt, heeft er zin in en kletst honderduit. We komen er bijna niet tussen met onze vraag om satellietradio. Dat is vorige keer heel goed bevallen. Er is gelukkig nog een auto met die toevoeging: een witte Jeep! Hij wenst ons een goede reis. De koffers in de auto, de navigatie aan en op naar de eerste stop. Onderweg bekijk ik de papieren. En schrik: er staat een andere auto op vermeld! Gelukkig is een telefoontje voldoende en wordt het opgelost. We rijden verder langs de kust. En stoppen af en toe voor een foto. Wat een prachtig uitzicht! Op een strandje staat een bordje: geen kiezels meenemen. Jammer, want ze zijn inderdaad prachtig. Tegen vier uur zijn we in het hotel in Santa Cruz. We krijgen een room with a view: de branding, pier en zeeleeuwen op zien- en hoorafstand. Even genieten we van koffie op het balkon. Dan lopen we richting Boardwalk, een van de laatste goed onderhouden kermissen. Een kakefonie van geluiden, kleuren, geuren en mensen. Over het strand terug dus, met mijn voeten door het water. Genieten, genieten, genieten! We kiezen een strandtent voor een drankje en besluiten te blijven eten. De sea-platter is zalig, recht voor de deur gevangen. Het toetje smaakt ook, maar na een paar happen schuif ik het opzij: too much! Nog even over de pier dan. We zien een baby-zeeleeuw en een zee-otter! Dan ronden we af. Tussen de laatste borders, surfers en dagjesmensen lopen we terug naar het hotel. Ik ontdek dat het vinkje ‘geld opnemen buiten Europa’ nog uit staat. Nu lukt het pinnen wel. Met een gerust hart en gevulde portemonnaie sluit ik mijn ogen. En val in slaap bij het geluid van de branding en de laatste zeeleeuwen die elkaar welterusten wensen. 

Dag 2: San Francisco

‘Ga fietsen, da’s gaaf!’ Fietsen? In de stad waar ze de Cable Car uitvonden omdat paarden dood neervielen? Maar het is een prachtige dag en ons hotel leent knalrode fietsen uit. Bij de conci├źrge krijgen we een helm en een kaart: ‘Dit gebied moet je ontwijken. Dat is niet veilig!’ Voor de zekerheid bekijken we op YouTube een instructiefilmpje: in San Francisco word je als fietser geacht je Downtown als langzaam rijdende auto te gedragen en dus niet te dicht langs de rand van de straat te fietsen. Dan rijden we weg. Eerst een stukje langs de pier. ‘Zullen we naar Lombard Street rijden? De beroemde kronkelweg?’ We zijn er eerder geweest. Met de auto. Op de kaart bepalen we de route. Het valt niet mee. Verre van. Ik kom zo’n zeven meter voordat ik afstap en een stuk omhoog loop. En zelfs dat valt tegen. Maar we genieten! We bewonderen de architectuur van het stuk weg en bepalen de volgende plek: Lori’s, een klassieke diner. We worden hartelijk begroet en hebben al koffie voor we zitten op de authentieke rode banken naast blinkende krukken. Happy Days are here again. Ik bestel een ijsje met twee bolletjes en realiseer me pas dat we in Amerika zitten als het wordt neergezet: dat zijn er zes in Nederland! Verder gaat het weer. Op verzoek van mijn schoonzusje sluit ik af en toe mijn ogen en open ze dan bewust met haar in gedachten. Zo kan ze op afstand ‘meegenieten’. Ik gun haar de prachtige blik op Bay Bridge. Dan loopt ineens de ketting van Manlief’s fiets. Terwijl we het proberen te verhelpen, stopt er een andere fietser: ‘You guys need help?’ Hij legt de ketting weer op z’n plek en wuift zijn vuile vingers weg: ‘Have a nice day!’ We fietsen langs het AT&T park waar de Giants spelen. En rijden bijna de Freeway op, zo toegankelijk zijn de wegen. Net op tijd arriveren we bij de Anchor Brewery, waar ze Manlief’s favoriete bier brouwen. We krijgen een rondleiding en een proeverij van Mike, een leuke knul met passie voor zijn werk. Grappig om te zien hoe medewerkers af en toe naar de tap lopen voor een biertje. Zoals wij koffie pakken. ‘Op vrijdag wordt er wat meer gedronken’, verklaart Mike lachend. Na afloop rijden we terug naar het hotel, onderweg nog een paar keer stoppend voor foto’s. De portier wacht ons op met twee flesjes koud water: ‘You did great and you surely need a drink!’ What a great trip, what a great city, what a great people and what a great day!’ 

Dag 1: San Franscisco


Met nog een laatste knuff van broer lopen we de vertrekhal binnen. Klaar voor onze grote reis. De koffers verdwijnen richting vliegtuig, de handbagage wordt gecheckt en de douane kijkt me doordringend aan en laat ons dan door. Tijdens het ontbijt app ik nog even met familie, vrienden en collega’s. Iedereen leeft (al dan niet gepast jaloers) met ons mee. Dan mogen we het vliegtuig in. We zitten prima: de eerste twee stoelen naast elkaar achter rijen van drie. Bewust voel ik de Nederlandse grond onder me verdwijnen. De acupunctuur werkt: ik ben niet misselijk. Onze purser is vriendelijk en voorkomend. En grapt dat hij tot aan San Francisco ‘goedemorgen’ zal zeggen, 11 uur lang. Ik kijk naar Truth met Robert Redford. En twee afleveringen van Big Bang. Dan val ik in slaap: de melatonine-tabletjes en oordopjes helpen goed. Als ik wakker word, zie ik Groenland liggen. En na Big Short met Ryan Gosling en Friends wordt de daling al ingezet. Heerlijke vlucht gehad. De rij bij de douane is hier heel wat langer. We schuifelen een uur naar voren en mogen dan naar de andere kant: US Citizens heeft het minder druk en we hebben een Esta. Na enig zoeken vinden we onze koffers en kunnen we vervoer regelen naar het Argonaut hotel. Onze kamer kijkt uit op het startpunt van de Cable Cars. De zon schijnt, er waait een frisse wind uit de baai en het is bijna 20 graden. Hand in hand lopen we langs the Fishermans Warf. Ik zie het hotel waar we in 2008 sliepen met mijn moeder, broer en schoonzus. En het hotel waar mijn collega en z’n gezin vorig jaar verbleven, toen wij onze reis nog een jaartje uitstelden. We genieten van de zeeleeuwen, drinken een drankje bij Hard Rock Caf├ę en krijgen een prachtige tafel met uitzicht op Alcatraz en de Golden Gate Bridge bij Bubba Gump. We vergapen ons aan de zeeleeuwen en pelikanen, terwijl we genieten van Shrimps in Heaven. Om half 7 knap ik af en zorgt Manlief dat ik veilig in bed beland. Hij geniet nog even van de prachtige lounche in ons hotel, maar dat maak ik niet meer mee. I left (part of) my heart in San Francisco. Today I found it again. 

Heimwee

dsc_1062Mijn moeder en mijn broer brachten ons naar Schiphol. Hoe dichterbij we kwamen, hoe meer praatjes Manlief kreeg en hoe stiller ik werd. Meestal is het precies andersom. Maar in de aanloop naar onze verre en lange reis viel het niemand op. Broer parkeerde de auto en pakte de koffers uit de achterbak. Op dat moment braken de tranen door. Ik wilde helemaal niet meer naar de Verenigde Staten om de herfstkleuren te bewonderen. Broer reageerde nuchter: ‘Ik wil nu hier ter plekke je plaats innemen, hoor!’ Het is dat het alleen praktisch al niet mogelijk was, want ik had het gedaan! Natuurlijk zette ik door. Liep huilend door de vertrekhal en bl├ę├ęf zwaaien, totdat we allang door de douane heen waren. En uiteraard kwam het allemaal goed en beleefden we een prachtige tijd aan de andere kant van de oceaan. Zodra we thuis waren, begonnen de dromen en voorbereidingen over de volgende reis. Die werd een paar keer uitgesteld door omstandigheden. Maar kwam toch steeds dichterbij. Nu nog een weekje. Dan begeven we ons as we speak over de startbaan. Ik zie de bagage in de logeerkamer groeien. Telkens als ik aan iets denk, leg ik het daar neer, zodat het niet kan worden vergeten. En dan, dan kijkt Darwin me aan. Komt dicht tegen me aan zitten en legt z’n hoofd op mijn schouder. Zucht zachtjes maar duidelijk┬áhoorbaar. Daar gaan we weer. Manlief slaat z’n armen om me heen. Snapt het niet helemaal: hij telt de minuten af. Maar de knoop in mijn maag groeit en groeit. Afscheid nemen is niet mijn ding. Ook niet voor even. Ook niet voor een geweldige vakantie. De beste plaats om heimwee te hebben is thuis. Ik heb nog een week alle┬átijd.