Dag 11: Bakersfield

Om zes uur word ik wakker. De zon komt net op. Manlief is nog diep in dromenland, maar ik ga zachtjes buiten in een hoekje van ons balkon zitten, kijken hoe de wereld of in elk geval het deel waar ik me bevindt wakker wordt. Een aantal hardlopers holt langs de branding. Iemand legt yoga-matjes op het strand: dit hotel heeft allerlei extra’s voor haar gasten. De temperatuur is prettig, al is het ook hier te koud voor de tijd van het jaar. Als we enige tijd later het parkeerterrein afrijden, slik ik. We moeten over een immens hoge brug die het eiland met de stad verbindt. Het wegdek rust op pijlers en de vangrail is van beton en nog geen meter hoog. Ik vind het bloedspannend, maar we overleven ook dit keer. We (lees: ik) komen bij tijdens een ontbijt bij Ihop. De serveerster bewondert mijn nagels en ik straal. Ik doe bewust heel voorzichtig om ze niet te beschadigen. En laat Manlief mijn koffer dragen gewoon voor het geval dat! We hebben een lange reis voor de boeg: zo’n 450 km tot het volgende hotel. Los Angeles willen we daarbij omzeilen. Op de kaart kies ik een route die gedeeltelijk over de Freeway en deels binnendoor gaat. En dat blijkt een juiste keuze. Prachtig wijds uitzicht met heel veel Joshua Trees, authentieke ‘ja-knikkers’ en oleanders. Het is zondag dus relatief rustig op de weg. We stoppen tweemaal voor tanken, sanitair en snacks. Boven verwachting arriveren we net na drie uur in het hotel. Ze staan bekend om hun nadrukkelijke klantvriendelijkheid. We worden ontvangen met een warme chocolate chip cookie en de parkeerplaats is complimentary. Zelfs de hotel guide is aangenaam om te lezen: ze communiceren leuk. We genieten van een relaxte namiddag aan het zwembad met jacuzzi. Morgen nog een lange rit tot net boven San Francisco.