Dag 2: San Francisco

‘Ga fietsen, da’s gaaf!’ Fietsen? In de stad waar ze de Cable Car uitvonden omdat paarden dood neervielen? Maar het is een prachtige dag en ons hotel leent knalrode fietsen uit. Bij de conciërge krijgen we een helm en een kaart: ‘Dit gebied moet je ontwijken. Dat is niet veilig!’ Voor de zekerheid bekijken we op YouTube een instructiefilmpje: in San Francisco word je als fietser geacht je Downtown als langzaam rijdende auto te gedragen en dus niet te dicht langs de rand van de straat te fietsen. Dan rijden we weg. Eerst een stukje langs de pier. ‘Zullen we naar Lombard Street rijden? De beroemde kronkelweg?’ We zijn er eerder geweest. Met de auto. Op de kaart bepalen we de route. Het valt niet mee. Verre van. Ik kom zo’n zeven meter voordat ik afstap en een stuk omhoog loop. En zelfs dat valt tegen. Maar we genieten! We bewonderen de architectuur van het stuk weg en bepalen de volgende plek: Lori’s, een klassieke diner. We worden hartelijk begroet en hebben al koffie voor we zitten op de authentieke rode banken naast blinkende krukken. Happy Days are here again. Ik bestel een ijsje met twee bolletjes en realiseer me pas dat we in Amerika zitten als het wordt neergezet: dat zijn er zes in Nederland! Verder gaat het weer. Op verzoek van mijn schoonzusje sluit ik af en toe mijn ogen en open ze dan bewust met haar in gedachten. Zo kan ze op afstand ‘meegenieten’. Ik gun haar de prachtige blik op Bay Bridge. Dan loopt ineens de ketting van Manlief’s fiets. Terwijl we het proberen te verhelpen, stopt er een andere fietser: ‘You guys need help?’ Hij legt de ketting weer op z’n plek en wuift zijn vuile vingers weg: ‘Have a nice day!’ We fietsen langs het AT&T park waar de Giants spelen. En rijden bijna de Freeway op, zo toegankelijk zijn de wegen. Net op tijd arriveren we bij de Anchor Brewery, waar ze Manlief’s favoriete bier brouwen. We krijgen een rondleiding en een proeverij van Mike, een leuke knul met passie voor zijn werk. Grappig om te zien hoe medewerkers af en toe naar de tap lopen voor een biertje. Zoals wij koffie pakken. ‘Op vrijdag wordt er wat meer gedronken’, verklaart Mike lachend. Na afloop rijden we terug naar het hotel, onderweg nog een paar keer stoppend voor foto’s. De portier wacht ons op met twee flesjes koud water: ‘You did great and you surely need a drink!’ What a great trip, what a great city, what a great people and what a great day!’