Lachen is gezond

Enigszins geschrokken vragen we of hij het wellicht leuk vindt als we hem bezoeken. Onze favoriete oberkellner is een paar dagen geleden onwel geworden en ligt nu in het ziekenhuis. Hetzelfde als waar ik ‘bijzondere herinneringen’ aan heb in 2000, toen ik mijn hoofd ongelukkig had gestoten aan de buitenmuur en met een zware hersenschudding huiswaarts keerde. Ze belooft het na te vragen en een dag later hebben we een ‘go’. Als we de deur van zijn kamer opendoen, klaart zijn gezicht op. We knuffelen hem voorzichtig, maar stevig. In Oostenrijk kennen ze nog de ooit ook bij ons gangbare klassenverzekering, dus hij ligt maar alleen. Te piekeren, zo vertelt hij. Zijn hart is in orde, zijn hersenen ook. Ze weten eigenlijk niet goed wat er is gebeurd, en hij herinnert zich niets. De kok vond ‘m min of meer toevallig op de buitenplaats achter de keuken. We kennen hem al jaren, en we mogen elkaar graag plagen. En als er iets goed is voor je gezondheid, dan is het lachen. Dus ik vertel hem over een van de gasten. Een vriendelijke oudere dame, die jou aanspreekt, een praatje maakt en dan vanuit het niets vertelt dat ze ernstig ziek is en dood gaat. Ze heeft blijkbaar niet in de gaten dat ze anderen hiermee enorm aan het schrikken brengt. Hij schiet in de lach en vraagt aan welke tafel ze in de Speissesahl zit: wellicht weet hij wie het is. En zo gaat het door, het ene komische verhaal na het andere. Je ziet hem ontspannen, even aan niets anders denken. Als we na drie kwartier afscheid nemen, bedankt hij ons hartelijk en spreekt de hoop uit dat we elkaar volgende keer onder betere omstandigheden zien. ‘Hoezo?’, vraag ik hem gespeeld verbaasd. ‘Mijn droomwens is zojuist in vervulling gegaan: jou ooit een keer in je pyjama zien!’ Zijn geschater horen we nog in de verte als we het ziekenhuis verlaten, een glimlach om onze mond. Het komt wel weer goed met hem.