Noodgeval

We wonen in een winkelstraat. Een drukke winkelstraat. Er is van alles te vinden: supermarkten en snuisterijen. Kleding en kappers. Bistro’s en bijzonderheden. Ik woon er al bijna mijn hele leven met heel veel plezier. Ik ken veel van de bewoners en winkeliers. En hun blije en minder leuke kanten van het leven. Geboorte staat naast de dood, verjaardag naast bedrijfsbeeindiging. Ook Manlief tikt alweer zijn koperen verblijfsjubileum aan. ‘Kijk’, zegt hij: ‘er staat een ambulance, recht voor de deur!’ Ik loop naar het raam met een bezorgde blik op mijn gezicht. Wat is er aan de hand en met wie? Er staat inderdaad een gele auto met de alarmlichten aan. De winkels zijn gesloten dus het moet om een bewoner of een bezoeker van een van de restaurants gaan. Gespannen wachten we op beweging. Dan gaat de deur van het Indonesische restaurant tegenover ons open. Twee broeders komen in hun fel geel-groene kleding maar buiten. Maar in plaats van een brancard en een draagbare AED hebben ze plastic tasjes in hun handen. Verbaasd zien we hoe ze zich installeren in de ambulance. En met zichtbaar genoegen de doosjes en pakjes met inhoud openen.  Want een mens moet eten. Ook als je op een ambulance rijdt. Met of zonder sirene.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s