Plakje worst

Ik woon bijna mijn hele leven in dezelfde straat. De eerste paar jaar aan de andere kant van de stad, maar dat werd te klein toen mijn broertje werd geboren. We verhuisden naar deze straat, boven onze winkel. Naast ons was een friettent, waar we af en toe iets lekkers haalden. En daar weer naast was de slager, tevens bevriend met mijn ouders. Hij stierf redelijk jong, maar ik hoor hem in gedachten nog steeds: ‘Dag Dorine! Jij lust vast wel een plakje palingworst!’ En dat lustte ik inderdaad. Toen ik naar de middelbare school ging, kregen we een ‘echt’ huis: een rijtjeswoning twee wijken verderop. De winkel ging naar de overkant, naar een groter pand met twee appartementen erboven. Toen ik, en een paar jaar later mijn broer op onszelf gingen wonen, werd dat onze eerste eigen stek. Daar woon ik nu nog steeds, samen met Manlief en Darwin. Ik ken deze straat dus als geen ander, en ook veel van de winkeliers die vroeger bij mij in de klas zaten en vervolgens het bedrijf van hun ouders overnamen. Al die herinneringen vlogen vanochtend door mijn hoofd, toen ik bij het boodschappen doen eerst een stuk gevulde eierkoek kreeg ‘omdat je dat vast wel lust’ en gelijk erachteraan hoorde: ‘Zal ik een onsje palingworst voor je afsnijden? Daar houd je toch van?’ Met een brede glimlach (en een volle mond) liep ik door de zon naar huis. Vroeger was zo slecht nog niet. En hetzelfde geldt voor vandaag de dag.