Pootjes

‘Maar hoe is het eigenlijk met Sydney, de hond van je moeder?’ Ik vertel dat het eigenlijk best goed gaat. Dat het pootje prachtig geneest. Maar dat ze nog wat aanpassingsproblemen heeft. Ze ontziet het en dat mag niet meer. Niettemin: komt allemaal goed. Dan krijg ik een telefoontje. Of ik naar het ziekenhuis kan komen. Mijn moeder is achterwaarts van de vijfde tree van een keukentrap gevallen. En kwam weer bij bewustzijn toen Sydney haar hand likte. Haar enkel was blauw en opgezwollen, dus het leek de gealarmeerde huisarts toch beter om haar per ambulance af te voeren. En daar zaten/lagen we dan. De broeder maakte een grapje en een selfie: met z’n drieën op Facebook ter geruststelling. De neuroloog vond dat ze heel helder was, omdat haar grootste zorg het weer kunnen lopen op 11 cm hoge hakken was. En de verpleegkundige een schat die best begreep dat het allemaal niet meeviel. Zelfs mijn opmerking dat Sydney’s geblesseerde pootje links zit en haar dikke enkel rechts ontlokte een nauwelijks waarneembaar lachje. Uiteindelijk mochten we naar huis met de diagnose ‘gebroken middenvoetsbeentje’. Twee weken gips (blauw) met absolute bedrust en daarna loopgips (met het oog op Koningsdag behoort ‘oranje’ tot de mogelijkheden) met krukken. Als ze onder de dekens en de pijnstillers in haar eigen bed lig, knuffel ik haar stevig. ‘Niet te ver vooruit kijken en niet teveel nadenken’, zeg ik troostend. ‘Je hebt een dochter die bij WeHelpen werkt. Dus geen zorgen. Alles komt op z’n pootjes terecht!’