Theater van de lach

‘Wat een prachtig Beagletje!’ Hij constateert het met zichtbaar plezier. Het onderwerp van zijn bewondering gaat gelijk op z’n meest prachtigst zitten en kijkt aandoenlijk. Ik glimlach, ken deze streken maar al te goed. ‘En wat luister jij braaf!’ Dan kijkt hij mij aan. Ik herken gelijk zijn ogen: ze zijn nog niets veranderd. ‘U heeft echt een leuke hond’, complimenteert hij mij. Ik bedank hem en corrigeer gelijk het gedrag van dat leuke exemplaar die er met de handschoen van meneer Lanting vandoor wil gaan. Hij schatert het uit. ‘Wat een deugniet. Oh, ik kan daar toch zo van genieten.’ Ik lach een beetje mee, intussen goed oplettend dat Darwin zich inderdaad een beetje voorkomend gedraagt. Weer kijken die guitige ogen me aan. Hij is op mijn verjaardag alweer 85 jaar geworden. Hoe vaak heb ik niet genoten van zijn optreden in het theater, vroeger. Meneer Lanting trekt zijn handschoenen weer aan en groet me vriendelijk, terwijl hij nog een laatste verrukte blik op Darwin werpt. Dan vervolgen we elk onze weg. Als ik het later tegen Manlief vertel, antwoordt deze: ‘Je was toch op zoek naar een Bekende Nederlander? Waarom heb je hem niet wat vragen gesteld?’ Ik schud mijn hoofd. We zijn inmiddels allebei 50+. Onze leeftijdsgenoten zullen zeker weten wie met ‘Theater van de lach’ wordt bedoeld. Maar alles wat jonger is, zegt het niet zoveel. Puur uit nostaligie bekijk ik wat fragmenten op Youtube. Tot mijn verbazing zijn het er meer dan verwacht. Weer schater ik het uit bij het zien en horen van de gedateerde humor. Ach. Vroeger. Het was zeker niet beter. Maar wat hebben we gelachen. En daar kan ik dan weer zo van genieten!