Ziek

IMG_3482

‘Bij mijn vorige werkgever moest je aangeven hoe ziek je was. En voor hoeveel procent je nog wel, bijvoorbeeld thuis kon werken. Ik ben 20% ziek’, snuf ik tegen mijn leidinggevende. Manlief is vandaag na bijna een week griep weer aan het werk gegaan. Maar niet voordat hij mij heeft aangestoken. Dus ik nies mezelf door de nacht en heb mijn tas gevuld met keeltabletten, neusspray en paracetamol. Ik Ben Niet Ziek! Hooguit niet helemaal fit. ‘Da’s mooi’, antwoordt mijn leidinggevende. ‘Want er moet veel gebeuren vandaag. En ziek is ziek. Maar niet ziek is niet ziek. Dus hup: aan de slag!’ En zo is het vijf uur voor ik het weet. Als ik bij mijn moeder arriveer, reageert Darwin tam. ‘Een van de honden heeft tweemaal overgegeven’, meldt mijn moeder. ‘Ik weet alleen niet wie.’ Ik heb even later een vaag vermoeden. Als Darwin poept, jankt hij zachtjes. En eenmaal thuis wil hij niet eten en piept hij hartverscheurend. Ik twijfel niet, maar bel de dierenarts. Ik heb niet voor niets EHBO bij hen gevolgd en dit ziet er niet goed uit. We mogen gelijk komen. De arts onderzoekt hem. Vermoedelijk heeft hij toch weer iets eetbaars gevonden dat giftig voor hem blijkt. Hij krijgt een prikje en wij moeten hem even goed in de gaten houden. Maar we hoeven ons waarschijnlijk geen zorgen te maken. ‘Afgelopen maandag is hij helemaal gezond verklaard’, zeg ik nog ter overbodige informatie. ‘Het is net als met een APK,’ antwoordt Manlief. ‘Een week na de goedkeuring, begint er iets te rammelen!’

Openbaar vervoer

Keurig op tijd arriveer ik bij het station. Ik lever mijn OV-fiets in en houd mijn pas voor de lezer. De trein komt net aanrijden. ‘Nog een paar uur’, denk ik optimistisch. ‘Dan ben ik weer thuis.’ Terwijl de intercity zich door de avonduren spoed richting het zuiden, gebruik ik het wifi om een aantal emails weg te werken. Ik plaag mijn collega en stuur een wat zwaarder bestand naar een van onze leveranciers ter verwerking. Op Schiphol stap ik uit: mijn enige wissel vandaag. Als ik op de app kijk welk perron ik moet hebben voor de laatste aansluiting, gaat alles op rood. Vrijwel gelijk klinkt er een stem: ‘In verband met een kapotte bovenleiding …’ De rest gaat verloren in het lawaai van een trein die wel rijdt. Volgens de app kan ik het beste richting het westen rijden. Maar op het moment dat ik naar het betreffende perron wil lopen, klinkt dezelfde stem: ‘Helaas is het door een gestrande trein niet mogelijk …’ De daaropvolgende uren gaat het van kwaad tot erger. Er rijden bussen, of nee, toch niet. Op het achterste perron staat een sprinter klaar, maar die blijkt net vertrokken. Ze kunnen het ook niet helpen, dus ik berust en probeer zoetjesaan thuis te komen. Anderhalf uur later dan gepland slaag ik daarin. Een nieuwe dag, nieuwe kansen. Ik laat me niet kennen en meld me weer op het perron. Ditmaal voert de reis naar het midden van het land en kom ik probleemloos aan op de plaats van bestemming: het spoorwegmuseum nota bene! Na een inspirerende bijeenkomst loop ik terug naar het station en stap in de trein die me naar huis zal brengen. Maar zodra we vertrokken zijn en ik mijn pc opstart, verschijnt een scherm: ‘U bevindt zich in de trein naar Nijmegen. De eerste stop is Veenendaal.’ Gelukkig blijkt het wifi van de trein naast ons de boosdoener en kan ik opgelucht adem halen. Ook mijn gevoel voor humor kent zijn grenzen.

Hongerstaking

IMG_3451

‘Heb je hem in de wachtkamer gewogen?’, vraagt de dierenarts tijdens de jaarlijkse controlebeurt van Darwin. Hij schrikt zichtbaar bij het horen van het getal. ‘Dat is echt het maximaal toelaatbare zonder verdere consequenties!’ Ik vertel dat ik met mijn nieuwe baan het lastig vindt om samen regelmatig te hardlopen. Maar dat we wel goede voornemens voor 2015 hebben gemaakt. Hij knikt weifelend: ‘En hoeveel eet hij nu?’ Na het horen van mijn antwoord, knikt hij bevestigend: ‘Dat is de boosdoener! Hij zit niet meer in de groei, dus hij moet nu met een kwart minder toe kunnen. En daar kun je gelijk mee beginnen.’ Darwin krijgt bijna een appelflauwte bij het horen van zijn vonnis. Maar de dierenarts is onverbiddelijk: ‘Meer en regelmatig bewegen is altijd goed, voor jullie allebei’, zegt hij met een knipoog. ‘Maar minder eten moet echt.’ In de auto probeert Darwin onophoudelijk mij te overtuigen van het onrecht dat hem wordt aangedaan. En eenmaal thuis uit hij luidkeels zijn ongenoegen tegen Manlief. Maar we zijn onvermurwbaar. Dan gaat hij mokkend in zijn mand liggen. Overduidelijk in hongerstaking, puur uit principe. Tot het etenstijd is uiteraard. Om daarna weer hartstochtelijk de draad op te pakken. Het leven kan soms hard en oneerlijk zijn. Ook voor een Beagle.

Bioritme

IMG_3457

Ooit kende ik iemand die op een feestje in de auto voor de deur ging slapen vanaf een bepaald moment. Tot grote hilariteit van de andere gasten. Ik was nog een kind, en het maakte diepe indruk dat hij dat gewoon deed, zonder zich iets van anderen aan te trekken. Zijn vriendin mocht het zo laat maken als ze wilde, maar hij ging naar bed. Inmiddels begrijp ik het beter. Ik weet het meestal wel tot een uur of elf te rekken ‘als het moet’. Maar zoals op oudejaarsavond ben ik een dag later echt ziek van de slaap. Alsof het om jetlag gaat. Dat heeft me ook jaren tegen gehouden om verre reizen te maken. Ik probeer op een ‘normale’ tijd op te staan, actief te blijven. En ren zelfs 8 km om mijn hoofd op te frissen. Maar om half acht zegt Manlief: ‘Ga toch lekker naar bed, je ziet zo bleek. Het is zoals het is.’ Dan valt mijn oog op Darwin. Hij ligt lodderig onder het bureau. Een wang opgekruld tegen een voorpootje, een oog half dicht. Ook hij heeft een vast bioritme en moeite met te weinig slaap. Wie zei ook alweer dat baas en hond op elkaar gaan lijken?