Openbaar vervoer

Keurig op tijd arriveer ik bij het station. Ik lever mijn OV-fiets in en houd mijn pas voor de lezer. De trein komt net aanrijden. ‘Nog een paar uur’, denk ik optimistisch. ‘Dan ben ik weer thuis.’ Terwijl de intercity zich door de avonduren spoed richting het zuiden, gebruik ik het wifi om een aantal emails weg te werken. Ik plaag mijn collega en stuur een wat zwaarder bestand naar een van onze leveranciers ter verwerking. Op Schiphol stap ik uit: mijn enige wissel vandaag. Als ik op de app kijk welk perron ik moet hebben voor de laatste aansluiting, gaat alles op rood. Vrijwel gelijk klinkt er een stem: ‘In verband met een kapotte bovenleiding …’ De rest gaat verloren in het lawaai van een trein die wel rijdt. Volgens de app kan ik het beste richting het westen rijden. Maar op het moment dat ik naar het betreffende perron wil lopen, klinkt dezelfde stem: ‘Helaas is het door een gestrande trein niet mogelijk …’ De daaropvolgende uren gaat het van kwaad tot erger. Er rijden bussen, of nee, toch niet. Op het achterste perron staat een sprinter klaar, maar die blijkt net vertrokken. Ze kunnen het ook niet helpen, dus ik berust en probeer zoetjesaan thuis te komen. Anderhalf uur later dan gepland slaag ik daarin. Een nieuwe dag, nieuwe kansen. Ik laat me niet kennen en meld me weer op het perron. Ditmaal voert de reis naar het midden van het land en kom ik probleemloos aan op de plaats van bestemming: het spoorwegmuseum nota bene! Na een inspirerende bijeenkomst loop ik terug naar het station en stap in de trein die me naar huis zal brengen. Maar zodra we vertrokken zijn en ik mijn pc opstart, verschijnt een scherm: ‘U bevindt zich in de trein naar Nijmegen. De eerste stop is Veenendaal.’ Gelukkig blijkt het wifi van de trein naast ons de boosdoener en kan ik opgelucht adem halen. Ook mijn gevoel voor humor kent zijn grenzen.