Aannames

‘En ik weet niet waarom?’, schrijf ik onthutst naar Manlief. En vervolgens som ik een aantal “wat als dit’s” en “wat als dat’s” op, variërend van niet-de-moeite-van-het-vermelden-waard tot worst-case-scenario-ever. Manlief weet raad: ‘Wat het ook is, jezelf voorbereiden op het ergste, levert je niks op. Wacht nou maar gewoon af!’ Hij heeft alweer gelijk natuurlijk. Maar toch blijf ik ermee bezig. Aanname op aanname op aanname. Tot het moment dat duidelijk wordt waar het nu allemaal om gaat. ‘En heb je er nu iets van geleerd?’, vraagt Manlief met een glimlach in zijn ogen. Hij kent het antwoord allang. En reageert op mijn vloedstroom aan woorden: ‘Ben je jezelf nu aan het verdedigen?’ Ik schud verwoed mijn hoofd en bevestig dan kleintjes: ‘ja’. Hij schatert het uit. Ik sla mijn armen stevig om zijn nek en vraag hem dwingend: ‘En waarom vind jij me dan zo leuk?!’ Hij grijnst en geeft zich over: ‘Juist en precies daarom!’