Vrienden voor het leven

Voorzichtig maar snel werk ik me door het drukke verkeer van de woensdagochtend. Ik ben aan de late kant, en dat is niets voor mij. Op de minuut af rijd ik de carpoolplek op. De auto van mijn leiddinggevende is gelukkig nog nergens te bekennen: hij heeft niet voor niets staan wachten. Dus ik grabbel mijn spullen bij elkaar, sluit de auto af en hol naar een handige instapplaats. De reistijd naar onze afspraak is vrij strak en er hangt mist, dus we hebben echt geen tijd te verliezen. Dacht ik. Want tien minuten later sta ik nog steeds op dezelfde plek. En zo warm is het ’s ochtends vroeg nou ook weer niet. Dus als hij eindelijk arriveert, zit er een donker randje aan mijn zonnige humeur. De eerste minuten laat hij me mopperen en probeert het gesprek richting zakelijk (lees: veilig) terrein te dirigeren. Maar ik heb het koud, dat is zijn schuld en dat mag hij weten ook. Mijn leidinggevende zucht berustend en drukt dan op een knop rechtsonder het navigatiesysteem. ‘Je had toch “een goed gesprek” met mijn auto laatst?’, lacht hij. ‘Hij heeft nog een verrassing voor je!’ Langzaam verspreidt zich een prettige warmte over mijn rug. De stoel heeft verwarming! En nog wel in drie standen!! Mijn boze bui is gelijk verdwenen. Als we op de plek van bestemming aankomen, open ik met tegenzin het portier. Maar ik weet dat de auto straks op me wacht. ‘Warme leads zijn belangrijk in deze business’, zei mijn collega uit het noorden. Vanaf vandaag mag hij aan deze stelling een stukje toevoegen: ‘net als warme autostoelen!’ De auto van de baas en ik zijn vanaf nu in elk geval vrienden voor het leven! Ik verheug me enorm op de winter.