A night at the opera

IMG_2512.JPG

Jarenlang kwam het met enige regelmaat ter sprake: de wens van mijn moeder om een keer een openlucht opera in de Romeinse Arena van Verona mee te maken. En nu is het dan zover. We hebben kaartjes voor Romeo en Julia. Mijn moeder en Buurman zitten op rij 11 op golden seats. En Schoonmama, Manlief en ik kiezen voor de authentieke stenen banken bovenaan. Op advies van een verkoopster buiten de Arena kopen we een kussentje: een vierkante plak schuimrubber van 1 cm dik. We nemen afscheid en beloven naar elkaar te zwaaien. ‘Maar ik weet niet of we tot het eind blijven, hoor’, waarschuw ik nog. ‘Dan zien we elkaar bij de auto.’ Samen met duizenden anderen lopen we om acht uur naar ons vak. De Arena ziet er werkelijk schitterend uit. En we hebben geluk, want hoewel het tot begin van de middag regent en we zelfs de haard nog hebben gestookt, is de hemel nu onbewolkt. We zwaaien naar het tweetal beneden tot de voorstelling begint. Iedereen krijgt een klein kaarsje zodat je overal lichtjes ziet tegen de steeds donker wordende lucht. De kussentjes schelen nog echt ook in zitcomfort. Dan begint het. Het decor is prachtig maar de taal echt onverstaanbaar. En hoewel we het verhaal kennen, is het best lastig te volgen. Maar het maakt een geweldige indruk! Dus als de eerste twee aktes voorbij zijn, besluiten we toch te blijven. En ook in de tweede pauze vertrekken we niet: wat een schouwspel! Ik koop een dekentje voor Schoonmama en kruip wat dichter tegen Manlief aan, hoewel het nog steeds ruim boven 20 graden is. Om half 1 ’s nachts verlaten we de Arena. De tijd is ondanks alles omgevlogen. Mijn moeder raakt niet uitgepraat! De champagne, de stemmen, de kleding. Het was onvergetelijk. Als ze vraagt wat ik het mooist heb gevonden, antwoord ik: ‘De slotscene waarin Romeo Julia in zijn armen optilt en dwars door het publiek hard naar de hoofduitgang holt. Zonder te vallen. Terwijl ze allebei hartstikke dood zijn! Iets romantischer dan dat kan ik me werkelijk niet voorstellen!’