Bescheidenheid

20140802-213451-77691869.jpg

Gemiddeld vier keer per week horen we hoe mooi Darwin is. Voor een Beagle! Want dat ras neigt naar erfelijk belaste aangeboren corpulentie. Zeker tweemaal per maand wordt ons verteld hoe goed hij gehoorzaamt. Want Beagles staan niet echt bekend om hun concentratievermogen waar het gaat om het opvolgen van commando’s die weinig tot niets met eten of aanverwante zaken te maken hebben. En wij? We bedanken voor het compliment. Beamen dat het vaak met consequent gedrag te maken heeft. Dat belonen betere resultaten oplevert dan straffen, een uitzondering daargelaten. Dat soort antwoorden. Maar stiekem gloeien we van trots natuurlijk. Want hebben we er niet zelf dagen en dagen training onder barre weersomstandigheden voor over gehad? Hebben we niet uren en uren die prachtige ogen (met zo’n klein wit randje) weerstaan als hij om extra eten bleef vragen? We vinden dus wel degelijk dat we een belangrijk aandeel hebben in zijn boeiende aanwezigheid. Het onderwerp van gesprek zelf had echter blijkbaar behoefte aan enige nuancering. Voor ik wist wat me overkwam, lag ik vanmiddag door een onverhoedse en niet voorziene reactie van hem ineens plat op de stoep. Beduusd en beschadigd bleef ik even liggen. Darwin ging braaf naast me zitten wachten tot ik weer was opgekrabbeld. Heel volgzaam. Zoals het hem is geleerd. Soms moet je als hond gewoon even de puntjes op de ‘i’-s van “bescheidenheid siert de mens” zetten.