Kettingbrief

20140724-211136-76296034.jpg

Vroeger, op de lagere school, had ik er al een bloedhekel aan. Kettingbrieven. Ongeacht het onderwerp. Recepten, kindjes in Afrika, gedichten of een nat pak in natuurwater. Ik houd niet van de dwingende kracht die erachter schuil gaat! Hoe vriendelijk en lief ook bedoeld. Er zit altijd een ‘want anders’ achter. Zoveel jaar ongeluk, ‘of ik krijg dit van jou’, ‘of jij moet dat voor mij doen’. Ondanks alles raakt het je toch. En als je er al afstand van kunt nemen, dan krijg je al dan niet goedaardige reacties in de trant van flauwerd, lafaard, spelbreker. Ik heb het geprobeerd uit te leggen. En misschien maak ik er nu een overdreven drama van. Het is geen onverwerkt jeugdtrauma voor zover ik weet. Maar hoe dan ook: ik hou er dus niet van. Punt. Het schoot door mijn hoofd toen ik dinsdag met mijn collega terug liep na een prettig verlopen afspraak. Op een plein zag ik zo’n grondfontein: tussen de tegels spoten af en toe waterstralen omhoog. ‘Durf jij er doorheen te lopen?’, vroeg ik hem lachend. Hij gaf geen krimp. ‘Nou? Truth or dare?!’, drong ik aan. Hij was de wijste (en ik liep achter hem aan), dus we bereikten allebei droog de auto. Goedgehumeurd. Ik vind al die filmpjes op Facebook echt grappig om te zien. En ik verwijt niemand de uitnodiging of uitdaging. Het is even geleden dat ik een vervelende reactie kreeg op mijn onverbiddelijke ‘nee, dank je wel, ik doe het niet’. Vind jij het wel leuk? Geniet ervan! Maar nodig mij alsjeblieft niet uit om mee te doen. En om te bewijzen dat ik wel humor heb, klik hier. Zaak gesloten.