Trainen

20140712-110346-39826149.jpg

‘Waar ligt het fluitje? Hij is er weer vandoor!’ Ze klinkt eerder berustend dan gefrustreerd door de telefoon. Mijn collega en z’n vrouw hebben een hond: Casper. Een jong beestje dat nog volop bezig is met het ontdekken van zijn grenzen. Letterlijk. Want meer dan eens gaat hij in z’n eentje op pad. Een heg van anderhalve meter hoog, die houdt hem niet tegen. Daar schatert hij met gemak overheen. En dus heb ik hen verteld wat een oud-collega mij adviseerde toen we Darwin kregen. Ik keek uit naar zijn komst maar zag op tegen het avontuurlijke karakter van een Beagle. Mijn oud-collega zei: ‘Leer een pup te reageren op een hondenfluitje, dat hij echt iets heerlijks krijgt als hij dan naar je toe komt. Daarmee houd je het onder controle.’ Darwin doet het inmiddels prima. En dus leende ik hen een van onze fluitjes. Het gaat redelijk. Casper ziet het nog als een spel, maar luistert wel. Meestal. Kwestie van veel en vaak oefenen. En daar zit nu mijn zorg. Want mijn collega heeft vakantie. En dinsdag vergadert de rest bij een andere collega die daar vlakbij woont. Darwin gaat mee, dat scheelt een dag oppas. Maar haar tuin is niet omheind. Dus voor alle zekerheid heb ik mijn collega toch maar een sms gestuurd: ‘Geniet van je welverdiende vakantie. En ajb dinsdag niet trainen. Anders is de kans groot dat Casper aan komt hollen. Met in zijn kielzog een Beagletje!’