Wie het laatst blaft

20140520-223945-81585234.jpg

We zitten bij mijn collega en z’n gezin op het terras. Het is heerlijk weer en de stemming is relaxt. Op twee aanwezigen na: hun hond en onze hond. Bij die van hen is het de leeftijd: als je negen maanden bent, is alles dolleuk! De nieuwe collega, de bijbehorende partner, de grappige hond, de meegebrachte scoubidou, het gemaaide gras, de zoemende vliegen, de wolken in de lucht, de combinatie van dit alles. Dolleuk! Darwin is het na een kwartier een beetje beu. Hij is al ruim twee. Volwassen(er). En dus verlegt hij zijn aandacht. In de wei naast het terras staan twee paarden. Als er eentje nieuwsgierig dichterbij komt, deinst Darwin achteruit en wordt door een heg aan ons zicht onttrokken. Het paard is wel heel groot. En dan komt de tweede ook nog eens op dat vreemde hondje achter het hek af! Darwin laat luidkeels weten dat zijn comfortzone begrensd is. En is niet te kalmeren, ondanks onze vermaningen vanaf het terras. De paarden kijken niet begrijpend. En houden hun verbaasde blik vol. Lang vol. Zolang dat onze gastvrouw op onderzoek uitgaat. Als ze om de heg heen loopt, schiet ze in de lach. ‘Nu snap ik het!’, roept ze uit. Darwin heeft het zekere voor het onzekere genomen. Zolang hij niet weet of de paarden goed of slecht volk zijn, zoekt hij dekking in de heg. Er is niets van hem te zien. Zelfs het witte puntje van zijn staart is onzichtbaar. Maar we horen hem des te beter. En dat is dus wat de paarden mateloos intrigeert. Normaalgesproken blaft de heg niet. Het interesseert Darwin niets. Hij blijft zitten waar hij zit en verroert zich niet. Als we wat later weer terug naar huis rijden, vertelt hij trots hoe pienter hij was. En dat hij volgende keer best weer mee wil. Want wie het laatst blaft, blaft het best!