Dichterlijke vrijheid

20130513-184701.jpg

Ik kwam thuis met in mijn armen een jong katje. ‘Kijk eens, mama, van de slager gekregen!’ Mijn moeder glimlachte en zuchtte een keer: lekker gemakkelijk om een klein kind te verleiden met zo’n poezelig velletje. Zeg nu maar ‘ns dat je het niet mag houden! Ik weet er niets meer van, ik was te jong. Waarschijnlijk noemde ik ‘m Blackie. Formeel heette hij Shakespeare. Een grapje van mijn ouders. Dat weet ik dan nog wel: hoe moeilijk het was om die naam uit te spreken. Sjeekspier. De kat in kwestie is allang gaan hemelen. Maar vandaag moest ik weer aan ‘m denken, toen ik het geboortehuis en graf van zijn naamgenoot bezocht. En voor het eerst echt onder de indruk was van hetgeen hij (de man) had bereikt. Niettemin mopperde ik voor de vorm op de terugweg in de auto maar weer eens op mijn moeder. Dat je huisdieren normale namen moet geven. En daarmee uit! In mijn enthousiasme volledig voorbijgaand aan het feit dat we een dwergpapegaai hebben met de naam VanVelzen en een hond die niet luistert naar de naam Darwin! Ach ja. Laten we het maar op dichterlijke vrijheid houden.

Advertenties