Puberend

Ze kwamen voor het eerst bij ons thuis: de eigenaren van Darwin’s halfbroertje Bandit en hun Sydney. We hadden een gezellig etentje voorbereid. Keurig op tijd belden ze aan. De honden hadden elkaar zo weer gevonden. Wat niet zo heel moeilijk is, want ze zien elkaar regelmatig op de dagopvang. Tijdens het aperitief bleek dat we nog veel meer gemeenschappelijke interesses hadden, zoals boeken en muziek. Vandaar dat we even geen aandacht schonken aan de honden. Twee van de drie zijn er volop aan het puberen. Twee van de drie zijn mannetjes. En twee van de drie willen elkaar bewijzen wie de baas is. Op een hondse manier. Geschrokken keek ik naar de grote (plas)vlek op mijn bruidsjurk. Ik heb nog geprobeerd de schade te beperken, maar na een verder heel genoeglijke avond bleek de volgende ochtend dat je er niet omheen kon kijken. Ook niet als je heel erg je best deed! Gelukkig beloofde de mevrouw van de stomerij dat ze ‘m wel weer kon herstellen. En dat ze er in de tussentijd heel goed op zou passen. Voorzichtig mee zou zijn. Want het blijft mijn bruidsjurk. En ook na bijna 7,5 jaar ben ik er nog steeds bijzonder aan gehecht!

Have a break

De gevel van ons kantoorpand was na ruim 15 jaar echt aan renovatie toe. En dus werd er een paar weken geleden een indrukwekkende stellage om de toren heen gebouwd. Een lift met een plateau brengt de bouwvakkers naar de gewenste hoogte om hun werk te doen. Met Coca Cola Light in ons achterhoofd verheugden we ons op wat komen ging. Maar helaas. Het zijn absoluut geen ‘mooie jonge knullen’. De radio staat keihard aan op een zender met vage liedjes die ook nog kraakt aan alle kanten. Ze weten niet precies hoe de bediening van de lift werkt, dus het geheel komt met horten en stoten een keer of tig per dag langs het raam. Voor hen aan de andere kant vormen wij blijkbaar hun ultieme wensdroom. Er wordt veelvuldig veelbetekenend geknipoogd en gelachen. Het is dat de ramen niet open kunnen, want anders zou er zeker om een kopje koffie worden gevraagd. Ach ja. We glimlachen vriendelijk terug, doen alsof we het allemaal niet begrijpen en negeren het verder zoveel mogelijk. Er is genoeg te doen. Maar als ik opsta en wegloop, vraagt een collega verontrust: ‘Je laat me toch niet alleen achter met hen hier, he!’ En terwijl ik doorloop, roep ik over mijn schouder: ‘Ben zo terug. Even een break met échte Coca Cola!’

Koukleum

Vanaf het moment dat hij is geboren, is Darwin een koukleum. Een straaltje zonlicht en je vindt ‘m, gelukzalig zuchtend. Staat de kachel aan? Je hoeft niet ver te zoeken, hij ligt er omheen gevouwen. Hij heeft gewoon een bloedhekel aan nattigheid en kou. Nu de dagen korter worden en de temperatuur lager, hebben we regelmatig een discussie. Als het maar neigt naar vochtigheid, gaat meneer niet mee wandelen. Punt. Hij houdt het wel op. Natuurlijk houden we ons doof voor zijn argumenten. Maar het loopt best lastig met een weerbarstige beagle achter je aan. Zelfs de eigenaar van de dagopvang sprak ons erop aan. Hij heeft zelf een heel roedel met beagles, maar nog nooit meegemaakt dat hij er eentje onder de deken in de mand moet uithalen en naar buiten werken. En toen. Toen zagen we jasjes hangen in de dierenwinkel. Ik keek Manlief aan. En Manlief keek mij aan. En nog voordat iemand sprak, was Manlief al op zoek naar de juiste maat. Thuis hebben we hem z’n jas aangetrokken. We hoopten nog dat dit zelfs voor een koukleum een stap te ver was. Dat hij alleen al voor de vorm zou protesteren. Maar nee. Hij was er dolblij mee. Zelfs de capuchon mocht op! Manlief en ik hebben onderling goede afspraken gemaakt. Alleen als het donker is, mag hij z’n jas aan. Of als er minstens een meter sneeuw ligt. Het is een Hollandse hond, hij went er maar aan. Maar als je dan dat blije snoetje ziet, dan smelt je. Met of zonder jas.