Hond met een verhaal

Darwin ligt te slapen aan mijn voeten. Buiten is het hondenweer, maar hij prefereert de kachel. Als ik na een paar uur zie dat de zon doorbreekt, zet ik ‘m op het dakterras. ‘Ga jij maar even lekker een frisse neus halen!’, zeg ik. Maar hij wil niet. En wringt zich in allerlei bochten: hij wil terug naar binnen. Ik ben onverbiddellijk, want zoals mijn oma zou zeggen: ‘Het is gezond weer’. Dus ik zet hem nog een keer buiten en doe de deur achter me dicht. Vanaf mijn werkplek in de huiskamer houd ik wel een oogje in het zeil, maar ik zie (en hoor) niets. Als ik na een half uurtje ga kijken, zit hij tegen de deur aangedrukt. En holt naar binnen zodra de mogelijkheid zich voordoet. Daar draait hij zich om naar mij en gaat er eens even voor zitten. Hij protesteert luidkeels, wat ik wel niet dacht en dat hij heus wel zelf en of als ik dit ooit nog één keer herhaal, dan … Hij weet van geen ophouden, terwijl de lachtranen over mijn gezicht rollen. Als hij eindelijk ‘uitgesproken’ is, knuffel ik hem toch even. Aai over zijn kopje en zeg ‘Het is goed, hoor, ik heb het begrepen.’ Hij kijkt me aan en snuift nadrukkelijk. Gelooft er duidelijk niets van. En draait zich dan om, terug naar de kachel. We wilden een hond met een verhaal. Check: mission completed.