Robin Hood

Heritage Hotel in Lancaster, Pennsylvania

‘Wat is dat dan?’ We rijden naar ons hotel voor vannacht. Maar het lijkt wel of er een pretpark tegenaan is gebouwd! We parkeren en checken in. En gaan als we ons hebben geĂ¯nstalleerd op zoek naar wat te eten en te drinken. Dat hebben we snel gevonden. Het is geen pretpark maar een restaurant. Ze hebben het bos van Robin Hood nagebouwd. Onderliggende gedachte: eerst feesten we met eten en drinken. Dan halen we je zakken leeg en maken je financieel lichter. En een deel van dat geld besteden we aan de armen (lees: goede doelen). We kijken elkaar aan en glimlachen. Een mooi idee maar wel heel erg Amerikaans uitgevoerd! Niettemin, alles ziet er prima uit dus we gaan ervoor. Samuel Adams bier voor meneer en een Cosmopolitan voor mevrouw. Dan ribs en Orange Chicken. En chocolademouse en Turtle pie (vanilleijs met verkruimelde koek) toe. Omdat het zo gezellig is met de baseball wedstrijd Detroit Tigers tegen Texas Rangers (spannend) op de televisie achter de bar sluiten we af met (Irish) koffie. De rekening is niet eens zo hoog. Maar het belangrijkste: het geeft een voldaan en goed gevoel.

Advertenties

Madurodam (maar dan anders)

Heritage Hotel in Lancaster, Pennsylvania

Hij was vijf jaar oud, Laurence Gieringer, toen hij ’s avonds uit het raam keek en de lichtjes van het hotel bovenop de berg zag. Het leek net een poppenhuis. En dat bracht hem op een idee. Hij was handig met hout en verf. En maakte het hotel in het klein na. En toen hun eigen huis. En de speeltuin. En het station. Van het een kwam het ander. Zoveel hadden we op internet en in de brochure gelezen. Maar we waren totaal niet voorbereid op hetgeen achter de toegangsdeur lag bij Pennsylvania’s Roadside America. Overal waar je maar kon kijken miniatuurhuisjes, -dorpjes, -mijnen, -dierentuinen en noem maar op. Een gigantische hal gevuld met het geluid van treintjes, watervallen en een heus Hurdy Gurdy (draaiorgel). We liepen er op ons gemak omheen. Hij had echt alles zelf genaakt en samengesteld. Overal waren knopjes om de hoofden van de ezels op de boerderij te laten bewegen, de schommels in de speeltuin of de olie-jaknikkers in beweging te zetten. Je wist gewoon niet waar je moest kijken. Toen we na een half uur weer naar buiten gingen, vroeg een oudere dame of we het leuk hadden gevonden. Waarop Manlief mijn gedachten verwoordde: ‘It really makes you feel like a child all over again!’