Gepaste muziek

Sinds een paar jaar vind ik het wat gemakkelijker om over mijn eigen uitvaart te praten. Mijn bedrijf besteedde er samen met Kluun veel aandacht aan: ‘Van leven ga je dood’. Een van de weinige zekerheden in dit leven. Het blijft lastig, omdat het meestal met veel verdriet en pijn gepaard gaat. Maar ooit komt het ervan. En dan wil ik niet dat mijn nabestaanden met raadsels of moeilijke beslissingen worden geconfronteerd. Dus als tijdens het ontbijt een van ‘mijn’ liedjes uit de luidsprekers klinkt, merk ik op dat ik nog steeds geen lijstje van Manlief heb ontvangen. Ondanks dreigementen dat het dan een combinatie van Frans Bauer en Gert en Hermien wordt (niks mis mee, maar niet passend bij Manlief). Ik vertel hem dat ik waarschijnlijk dat leuke nummer van Harry Chapin over 30.000 pond bananen op de weg laat draaien. Een van de eerste nummers die hij me liet horen toen we elkaar net kenden. En iets van Bruce Springsteen, een ander idool van hem. ‘Dancing in the dark’ is misschien wel gepast!’ Ik kijk ‘m met een olijke blik aan: ‘Ze kennen immers jouw gevoel voor humor!’ Hij kijkt bedenkelijk. ‘Ik wil anders eigenlijk wel een echte tearjerker. Zoals “First time ever I saw your face” van Johnny Cash.’ Ik vraag hem de titel en uitvoerder op te schrijven. Mijn geheugen is nu al niet meer zo goed, laat staan ‘ooit als het zover is’. Hij knikt. En zegt ‘En dan houd ik erover op, hoor! Er zijn leukere onderwerpen op de zaterdagochtend. Maar als je het echt niet meer weet, doe dan “Waarheen, waarvoor” van Mieke Telkamp maar!’ Over gepaste humor gesproken.