Stephen Fry

‘Wil je gaan?’ Manlief kijkt me vragend aan. We hebben nog steeds een leuk contact met zijn vorige werkgever. En die nodigt ons uit voor de boekbespreking van Stephen Fry. Ik knik enthousiast: ‘Ja, leuk! Gezellig!’ En zo zitten we een paar dagen later vol spanning in een zijzaal met een groot scherm. Ineens staat Stephen voor ons. Hij bedankt ons dat we ons tevreden stellen met beelden vanuit de andere zaal. En wenst ons een leuke avond toe. De uren daarna hangen we aan zijn lippen. Hij heeft een leuke vertelstijl. En spreekt behoorlijk Nederlands. Regelmatig schateren we het uit. Dan worden er vragen uit de zaal beantwoord. Zijn favoriete woord in het Engels is ‘stalwart’, ‘mopje’ het Nederlandse. Hij krijgt een staande ovatie na het dankwoord van de organisatie. En hij houdt woord: weer staat hij op een paar meter afstand voor een kort napraatje. Dan is het tijd voor de signeersessie. De rij is lang, maar de sfeer is goed. We gebruiken de tijd om uitgebreid bij te kletsen, terwijl we langzaam naar voren schuiven. Dan staan we voor Stephen. Hij is aardig, zet zijn handtekening in het boek en bedankt ons voor onze komst. Als we weg willen lopen, kijkt hij me aan en zegt: ‘What a nice top!’, wijzend op mijn gebloemde jasje. Ik straal! Op de terugweg naar huis raken we niet uitgepraat. Wat een charmante man. Wat een leuke bijeenkomst. En wat een heerlijke avond!