Logeren

Hij kreeg visite, vertelde hij. Helemaal uit Frankrijk. Hij verheugde zich er enorm op, het was lang geleden dat hij hen had gezien. En als ze eenmaal beginnen te kletsen, dan is het eind zoek. Dan wordt het ver na wat in de volksmond zo netjes heet ‘christelijke tijden’. Klaas Vaak is in geen velden of wegen meer te bekennen. En de deur van het hotel zit op het nachtslot. Nog even los van de nodige wijntjes die tijdens dat bijpraten worden genuttigd, waardoor zelf rijden ook geen optie meer is. Maar ja, hij woont wel kleinbehuisd. Dus echt veel ruimte om extra gasten te laten slapen is er niet. Vandaar zijn vraag: of hij bij ons mocht logeren. Dan liet hij zijn gasten in zijn eigen woning slapen. Natuurlijk vonden we dat geen probleem. Gezellig juist, ook al zullen we er weinig van merken. Hij duikt pas laat in het logeerbed en wij moeten alweer vroeg uit onze veren. Maar niettemin: nosotros casa es su casa. Gisterenavond heb ik het logeerbed opgemaakt. Een chocolaatje op het kussen gelegd. En ik zal de lamp straks aandoen, dan hoeft hij niet in het donker zijn weg te zoeken. Want zo vaak gebeurt het niet dat de overbuurman komt logeren!