Op een onbewoond eiland

Hoe we erbij kwamen, dat weet niemand meer precies. Maar feit is dat tijdens de lunch ineens het onbewoonde eiland weer ter sprake kwam. Zou het er echt zo rustig zijn en wat een weelde dan om er in deze drukke tijd naartoe te mogen. Of word je daar net zo snel gedreven door de waan van alle dag: schuilplaats controleren op lekkage, verse palmbladeren afsnijden, op zoek naar eten, strand voor je hut schoonvegen. Loop je daar in een lendendoek of boeit het je niet omdat toch niemand het ziet? De een was al creatiever in zijn of haar fantasieën dan de ander. Toen kwam de bagage aan de orde. Wat neem je mee, in de veronderstelling dat je er vrijwillig zit en niet als schipbreukeling aanspoelt? Wil je vermaak of juist opgaan in de natuur? En wat als je maar één ding mee mocht nemen? De manager van onze leidinggevende wist het wel. Zijn iPad, en je hoorde hem niet meer. Toen ik voorzichtig opperde dat er misschien geen bereik zou zijn, betrok zijn gezicht even. Om vervolgens weer op te klaren: hij had nog een heel goed boek wat hij wilde lezen. Ineens schudde hij mistroostig zijn hoofd. Toen we hem naar de reden vroegen, luidde zijn antwoord: ‘Heb ik niks aan zonder leesbril en dat zijn twee dingen!’