Zwarte Pieten

Eerst valt het me nog niet eens op. Maar het geklop is niet te negeren. Het komt van de straat. Niks een vreemdeling zeker. De buurman plaatst met een verbeten trek om zijn mond een nieuwe ruit in zijn etalage. Het was de afgelopen nacht weer onrustig. Maar ondanks dat ik een paar keer wakker was geworden en had gekeken, had ik geen glasgerinkel gehoord. En zelfs de glazen bak met een konijn en een cavia was aan diggelen geslagen! De dieren hadden in een hoekje gedrukt gewacht tot het licht werd. Terwijl ik mijn afschuw uit over de zinloze schade, valt mijn oog op onze auto die vlakbij geparkeerd staat. De spiegel is helemaal omgeklapt. Uit ervaring wijs geworden, drukken we de spiegels ’s avonds altijd tegen het portier aan. Ik zet de spiegel terug, hij is gelukkig onbeschadigd. Maar dat kan ik van het portier niet zeggen: de vandaal is duidelijk doorgeschoten met zijn hak. Buurman uit een krachtterm. Tja, wonen in een winkelstraat heeft ook nadelen. ’t Is maar een auto. De machteloosheid raakt ons veel harder. Daar kan geen verdwaalde Sint Nicolaas tegenop.