Leven in de brouwerij

Hij was nog maar net negen weken oud. Toch een beetje onwennig zo ineens in een andere omgeving. Als je te dicht bij de kooi kwam, drukte hij zich tegen de achterste tralies aan. En hield je heel goed in de gaten. Dit alles duurde ongeveer een kwartier. Toen was VanVelzen gewend aan ons. En aan zijn nieuwe kooi. Hij probeerde alle hoeken en gaten hoogstpersoonlijk op diverse snelheden uit. Kwetterde dat het een lieve lust was. Duikelde koppetje over het middelste stokje. En was hoorbaar verontwaardigd toen hij zijn evenwicht verloor. We moeten erom lachen, of we willen of niet. Als ik nog wat vergeten boodschappen haal bij de supermarkt, kom ik de buurman annex dierenwinkeleigenaar tegen. ‘Het is bijna net als vroeger’, zegt hij. ‘Want zelfs op straat buiten hoor je VanVelzen liedjes fluiten!’