Kleren van de keizerin

Een beetje besluiteloos sta ik voor de kast. We hebben op kantoor geen bedrijfskleding. Maar je wordt wel geacht representatief te verschijnen. Een spijkerbroek is eigenlijk alleen op vrijdag ‘done’. Ik heb een nieuwe. Eentje die nu al heerlijk zit. En die heel donkerblauw is, je ziet nauwelijks dat hij van spijkerstof is. Ik ga een (hoop ik) rustige dag tegemoet zonder bezoekers of al teveel collega’s. Zal ik? Ik zal. Ik knip de kaartjes eraf en pak een leuke blouse. Na het ontbijt ruimen we snel af: de trein wacht niet. Op kantoor ben ik een van de eersten. Ik zeg vriendelijk goedemorgen, zet mijn laptop aan en pak mijn spullen uit de la. Als ik met een kopje koffie voorbij loop, zegt een collega: ‘Hey, heb je een nieuwe broek aan?’ Het is een mannelijke collega. Blij verrast geef ik toe: ‘Ja, inderdaad! Wat attent van je.’ Hij glimlacht even en zegt dan: ‘Hij staat je leuk, hoor. Maar ik zag het vooral aan de sticker met de lengtemaat op je broekspijp!’