Geluidjes

‘We horen het al weken!’, zeg ik op benepen toon. ‘Maar nu ineens niet meer. Er is niks gebeurd, ik heb niets geks gedaan. Het is gewoon weg.’ De meneer aan de andere kant van de telefoon denkt na. ‘Kom toch maar even langs’, zegt hij dan. ‘Gewoon voor alle zekerheid.’ En zo sta ik even later bij de garage waar ik een afspraak had gemaakt. Omdat de auto zo’n raar slijpend geluid maakte. Soms kraakte het, dan weer piepte het. Het was er totdat je een bepaalde snelheid bereikte. Dan hoorde je het niet (meer). Tot afgelopen weekeinde dus. Samen buigen we ons over de motorkap. Strepen mogelijkheden af: geen verschil met airco aan of uit. Wel of niet sturen maakte niets uit. Hij krabde op zijn hoofd. Tja. Dan zie ik de stang die de motorklep omhoog houdt. ‘O ja’, zeg ik. ‘Die zat niet in de klem toen ik afgelopen vrijdag onder de klep keek. Dus die heb ik weer vastgedrukt.’ Hij kijkt mij aan. Ik kijk hem aan. Samen kijken we naar het motorblok. Er is duidelijk een beschadiging te zien. Kan geen kwaad. En maakt ook geen geluid (meer). De meneer drukt de klep zonder iets te zeggen dicht. Geeft me een hand. En zegt dan, hoorbaar tegen beter weten in: ‘Als u het nou weer hoort, kom er dan gerust mee langs’. Hij schudt zijn hoofd terwijl hij terug naar de garage loopt. Ik voel me supervrouwelijk. En blond. En dommig. Volgende keer mag Manlief mooi zelf langs de garage!