Er kan er altijd eentje bij

Het was me al eerder opgevallen: een bij die ijverig over het dak grenzend aan ons terras vloog. Toen ik wat beter keek, zag ik dat hij regelmatig het daklook in kroop. Vaak met een stukje blad tussen de pootjes. Die was duidelijk bezig een korf voor zichzelf te beginnen. Manlief kwam ook eens kijken. ‘Zit er een koningin bij?’, vroeg hij olijk. Ik schoot in de lach. ‘Ja hoor, ze vloog net voorbij!’, kaatste ik terug. Terwijl we van een kopje koffie genoten, zagen we steeds meer bijen in en uit het look vliegen. Even vroeg ik me af of we niet moesten ingrijpen. We zitten vaak en graag op het dakterras. Daarbij hebben we natuurlijk respect voor onze buren. Maar we verwachten van hen dan ook min of meer eenzelfde gedrag. ‘Ach’, mompelde Manlief afsluitend: ‘Er kan er altijd eentje bij!’