Er gaat niets boven Groningen

Om het gedoe afgelopen winter een beetje goed te maken, hebben we van NS een gratis dagkaart gekregen. Enige voorwaarde is dat we na 9 uur reizen. En een stad die al langer op ons wensenlijstje staat, is Groningen. We zitten blijkbaar in een populaire trein richting het noorden, want het is druk. In aantal mensen en in aantal decibellen: er wordt heel wat op los gekwebbeld. Het merendeel bestaat uit wat oudere mensen die niet om een praatje verlegen zitten. De meneer naast me slaat het worstenbroodje af en vertelt dat hij op weg is om de fiets van zijn broer op te halen. Die is twee maanden geleden overleden en heeft hem een fiets nagelaten. Hij woont in Venlo, dus het is best een eind weg. De mevrouw aan het andere kant van het gangpad begint over laptops. En hoeveel plaats die innemen in de trein. Ze is fors maar vrolijk. Haar man licht na een tijdje toe dat ze maar een keer per jaar naar buiten mag. En dat ze dan een beetje aanwezig is. In Zwolle stappen we over. Dit keer neemt de forse mevrouw naast mij plaats. Tijdens het laatste uurtje wijs ik Manlief op een heel groot konijn/kleine haas in het weiland. Een stel ooievaars op een nest. Een wegspringende ree. En een koe die aan het kalveren is. Het is heerlijk weer en ik heb zin in een dagje samen uit. Dus ook ik ben best aanwezig in onze coupe. Dan buigt de mevrouw zich naar Manlief toe. En zegt op vertrouwelijke toon: ‘Zij mag zeker ook niet zo vaak mee naar buiten, he!’