Der Manschaft

We schuiven in een langzaam rijdende file richting Oostenrijk. Naast ons rijdt een verlengde Espace. Op de achterbank een aantal kinderen. Eentje zwaait er een beetje mistroostig met een Duits vlaggetje. Als hij ziet dat ik naar hem kijk, zwaait hij wat nadrukkelijker. En wijst: ‘We gaan winnen!’ Ik kijk naar hem. Ik kijk naar het vlaggetje. En ik schud nadrukkelijk mijn hoofd. Mijn naar beneden bewegende duim onderstreept mijn mening. Het jongetje is verbijsterd. En stoot vervolgens zijn broertje aan. Nu kijken er twee paar jongetjesogen naar ons. Weer beweegt het vlaggetje heen en weer. Weer wordt er verwachtingsvol gekeken. En weer schud ik mijn hoofd en wijst mijn duim naar beneden. Ze schateren het uit. Ook het zusje wordt erbij betrokken. Neusjes tegen de ruit, handjes ernaast, verwachtingsvolle blikken. De spanning wordt opgevoerd: het vlaggetje komt in beweging. Als ik lachend ‘echt niet!’ gebaar, rollen ze over de bank van het lachen. Ook ik schater het uit. We hebben volop lol. Dan komt de file weer in beweging. Ik zwaai nog een keer, dan verdwijnt de auto met de kinderen uit het zicht. Duitsland tegen Nederland: gelijk spel. Zo kan het dus ook.