Voorzichtig herstel

De berglucht is als vanouds. De ontvangst in het hotel is als vanouds. ‘Ons bed’ ligt als vanouds. Hier kan ik ademen. Eten. Slapen. Ontspannen. Manlief maakt een grappige opmerking en ik schater het uit. Het voelt onwennig, maar ook prettig. We herstellen ons langzaam. Natuurlijk liggen ook hier herinneringen die niet gelijk een glimlach veroorzaken. ‘Ik zie Floppy nog zo lopen. Daar speelde hij met de bal. En wat verderop joeg hij op pietlutjes.’ In de hotelhal staat een ordner met foto’s van hotelgasten. Het gaat jaren terug. Er zitten meerdere plaatjes van hem in: vrolijk en relaxt. Hij was hier graag. ’s Nachts luister ik naar het geklingel van koeiebellen. En mis het zachte pufje van zijn ademhaling. Maar ik zie in de spiegel dat de lijnen in mijn gezicht langzaam vervagen. Dat mijn ogen wat vrolijker kijken. Dan open ik mijn mailbox. Lees het bericht van Gadisa. Haar Belle speelt nu op de regenboogbrug met Floppy. Dikke tranen over mijn wangen. Het gedicht dat mijn ervaringsdeskundige nichtje stuurt, maakt het er niet beter op. Zo mooi, zo pijnlijk. Ik sluit de pc. Het laagje is nog broos. Het vliesje over de wond nog dun. Maar het begin is er.