Eenvoud

‘Floppy is dood.’ zegt ze met een bedrukt en serieus gezichtje. Ze hangt een beetje tegen mijn knie aan, een vinger bedachtzaam tegen haar wang. Haar ouders hebben haar blijkbaar goed voorbereid op ons bezoek. Ze vervolgt troostend: ‘Sydney niet!’ Het onderwerp van gesprek bewijst dat nog maar eens door met vier poten zo hoog mogelijk achter een zeepbel aan te springen. We glimlachen allebei om haar capriolen. ‘Hij was oud. En zo moe’, leg ik haar uit. ‘Ik vond Floppy heel lief’, bevestigt ze. Dan loopt ze terug naar de tafel om verder te gaan met knutselen. Het leven van een driejarige bestaat vooral uit eenvoud. Floppy is dood. Sydney niet. Ze vond Floppy heel lief. En het leven gaat door. Heel gewoon.

Advertenties