Spelling versus IQ

Sydney stormt door het tuinhek. Buiten waait het en dan is er niets leukers om achter alles wat beweegt (lees: veel!) aan te hollen. Floppy volgt een stuk bedaarder, hij heeft die leeftijd en interesse allang achter zich liggen. Op zijn gemak doet hij een plas tegen een lantaarnpaal, terwijl Sydney voorbij racet achter een blaadje aan. Als we een kwartier onderweg zijn en Sydney nog steeds geen enkele aanstalte heeft gemaakt om het doel van het uitlaten te bereiken, spreek ik haar toe: ‘Doe eens een mop!’ Midden in een sprong kijkt ze me stomverbaasd aan: ‘Een wat?!?!?’ Floppy kan het niet langer aanzien en snauwt: ‘Of je even haast wil maken met poepen! Ik heb het koud en ik wil weer naar binnen.’ Beledigd wendt Sydney zich af en voldoet aan het gevraagde. Om daarna weer als een losgeslagen projectiel het uiterste van de lijn (en mijn geduld) te testen. Als ik de voordeur achter me dicht doe, schud ik berustend mijn hoofd. Dan kun je je naam sinds kort wel met twee Y’s schrijven, je IQ wordt daardoor dus niet automatisch verhoogd!