Help, mijn hond is gezond

De dierenarts heeft harder een dokter nodig dan Floppy. De laatste voelt zich kiplekker en fit als een hoentje. Zijn dierenarts is net als manlief snipverkouden en overduidelijk grieperig. En ik voel nog steeds de naweeën van mijn migraine. Maar dat mag de pret niet drukken. Hij onderzoekt Floppy grondig tijdens de jaarlijkse check-up. Zijn diagnose is glashelder: dit is een stokoude maar verder kerngezonde hond. Floppy krijgt een prikje tegen veelvoorkomende kwaaltjes en mag het pand weer verlaten. De dokter geeft ons nog een laatste advies mee: ‘Let goed op zijn gewicht, hij is aan de magere kant. Er mogen wel wat pondjes bij. En hou ‘m in beweging, dat is goed voor zijn spieren en gewrichten.’ Een laatste handdruk en we mogen naar huis. Thuis pakken we een kopje koffie. Terwijl we op de bank zitten te kletsen, staat Floppy ineens met zijn pluche bal voor ons. We lachen, spelen wat met hem en praten verder. Even later is hij er weer, ditmaal met een knuffelbeest. Verbaasd kijken we elkaar aan: wat mankeert hij nou ineens? Als hij zich voor de derde keer met een stuk speelgoed bij ons voegt, valt onze mond open. Floppy is als herboren. Hij kan er weer jaren tegen. Nu wij nog!