Dag in, dag uit

Vanaf het moment dat we hier zijn, hebben we soortgelijk weer. ’s Avonds begint het te sneeuwen, ’s ochtends ligt er een dikke laag, tegen het einde van de ochtend breekt de zon door en ’s middags skiën we onder een blauwe hemel. Zwaar afzien dus. Vanochtend werd ik om kwart over 7 wakker. Met enige tegenzin kreeg ik Floppy uit zijn warme mandje om te gaan lopen. Althans, dat was de bedoeling. Want afgelopen nacht was er nog meer dan gewoonlijk gevallen. Floppy bleef na een paar passen al steken en keek mij verbolgen aan: ‘Zo kan ik dus mijn behoefte niet doen, hè, met mijn poepert in de koude sneeuw!’ Gelukkig kwam op dat moment de receptioniste aanrijden en konden we in haar wielspoor lopen. Na het ontbijt kwam de een na de ander terug naar het hotel: niet te doen. Maar het was zeker geen straf om in de lounge lekker koffie te drinken. We maakten een prachtige wandeling en er werden de nodige engeltjes en snoekduiken vertoond. Na de lunch was het zover opgeknapt dat we onze skischoenen aantrokken. In de sleeplift stuitten we ineens op een halve afrastering. Met enige moeite volgden we het skispoor van een paar voorgangers. Boven bleek het waarom: het bovenste deel van de piste was niet geprepareerd. De sneeuw kwam tot onze knieën! Mijn moeder dook het eerst de diepte in. Morgen wordt ze 68 jaar, maar aan het geschater te horen zou je het niet zeggen. Eenmaal beneden kwam het dan ook niet als een volslagen verrassing: ‘Zullen we nog een keer?!’ We zijn alweer op de helft, maar tot nu toe is het een heerlijke vakantie!