Tranen

Rare dag. Een voor een worden we opgeroepen. En een voor een komen we terug. Een aantal in tranen. Sommigen omdat de boodschap niet goed is. Vier collega’s van twintig is ‘best veel’. Anderen omdat ze juist wel goed nieuws kregen. Zoals ik. Het kaarsje en de vele, vele blijde gedachtes die vrienden en familie toestuurden, hebben geholpen. In de nieuwe organisatie word ik communicatiemedewerker. Na vier jaar weer terug op de plek van mijn dromen, zonder ondersteunende activiteiten, hoe plezierig en vertrouwd soms ook. Ik ben er heel blij om en heb er zin in. Maar mijn hart doet pijn voor mijn collega’s. Een nare tijd staat voor de deur. En al weten ze zich gesteund door ons, dat maakt vandaag niet gemakkelijker. Met een dubbel gevoel stap ik in de trein. Adem diep de frisse lucht in. Het worden nog een paar hele vervelende weken. Vol afscheidsmomenten en bijbehorende gevoelens. Maar het komt goed, hoe dan ook!

Blije gedachten

Ze lagen zomaar ergens op een stelling in een grote Keulse boekenwinkel. Blijde gedachten-kaarsjes. Kleine goudkleurige kaarsjes die je aansteekt als iemand een blijde gedachte nodig heeft. Of als je zelf wel een lichtpuntje kunt gebruiken. Ik dacht er geen moment over na: precies iets voor mijn moeder. En inderdaad, ze was er hartstikke blij mee. Vanmiddag belt ze, dolenthousiast. Ze heeft ze rondom een paar engeltjes bij de voordeur gezet. En telkens als er nu iemand bij haar op bezoek is geweest en vertrekt, geeft ze zo’n kaarsje mee. Haar vriendin was die ochtend even langs gekomen om de kerstversiering te bewonderen. En kreeg er tranen van in haar ogen. Ze heeft een dochter thuis die maar langzaam herstelt van een zware hersenschudding. Dus zij kon zo’n gebaar zeker gebruiken. Maar nee: ze had zelf een heel ander idee. ‘Ik steek ‘m morgenvroeg aan, als jouw dochter hoort of ze een baan heeft of niet in de nieuwe organisatie! Dat helpt vast!’ Mijn moeder’s stem klinkt schor: ‘Wat lief van haar, he!’ Ook ik weet even niet wat te zeggen. Inderdaad, heel erg lief. En ook ik hoop dat het helpt! Nog een nachtje slapen.

Gezellig!

Net als elk jaar schrikt ze zich een hoedje. Terwijl ze weet dat haar zoon een vol jaar uitkijkt naar Het Moment dat hij op de ramen mag bonken. Als we Sidney weer uit de gordijnen hebben geplukt, gaat de voordeur open: ‘We zijn er, gezellig!!’ We drinken een drankje en kletsen wat, terwijl mijn nichtje haar aandacht verdeeld tussen haar knuffelhondje en ‘oudoom’ Floppy. Aan tafel vliegen de grapjes over en weer. De stemming zit er al goed in. We hebben zelfs Mona-pudding als toetje! Na het eten maken vele handen licht werk en is de keuken snel aan kant. Dan is het tijd voor het eerste pakje, de eerste rijm, de eerste plagerijen op papier. Als eindelijk iedereen weer is voorzien van leuke en lieve aardigheidjes en ze weer een ‘deze mag echt nog niet weggegooid, hoor!’-surprise bij de voorraad op zolder kan zetten, wordt er nog even nagekletst. Dan maken ze aanstalten: de kleinste moet hoognodig naar haar eigen bedje, de oudste eigenlijk ook. Op straat wordt nog een keer geknuffeld: ‘Wat hebben we een plezier gehad!’ Als ze onder de dekens kruipt, heeft ze een glimlach op haar gezicht. ’t Is elk jaar wel een heel gedoe, alles bij elkaar. Maar wat was het gezellig!

Vervalsing

Floppy is een heel oud hondje. En hij krijgt zo van die kleine mankementjes, al gaat het nog steeds prima met hem. De botjes worden wat krommer, de spieren wat strammer. Hij heeft goede en iets minder goede dagen. Soms loopt hij met zo’n snelheid voor je uit dat je hem nauwelijks bij kunt houden. En andere dagen, als het veel regent zoals nu, lukt het hem maar net om zonder hulp overeind te komen. Dan is het ook lastig om keurig zoals ooit geleerd een pootje op te heffen bij het plassen. En wordt zijn normaalgesproken keurige cirkeltje een soort slingerende lijn. De buren maken er soms een dolletje om: ‘Ja, ik zag dat Floppy al was uitgelaten, zijn handtekening stond in de goot!’ Vanmiddag lopen we nietsvermoedend op straat. We zien het bijna tegelijk. Voor ons op de stoep ligt een slingerende natte streep. We kijken elkaar aan. Hij is om 7 uur al buiten geweest en daarna niet meer. Zijn handtekening is allang opgedroogd. Er rest dus maar een conclusie. Alle bewoners opgelet: er is een vervalser in de buurt gesignaleerd!

Afscheidscadeautje

En alweer moet ik mijn leidinggevende bellen en zeggen dat ik te ziek ben om te komen. ‘k Begin er zo zoetjesaan behoorlijk van te balen. Dezelfde klachten als begin oktober: een branderig gevoel als ik inadem, snipverkouden, gek-makende hoofdpijn en het lijkt alsof iemand me een heel stevige omhelzing om mijn borstkas geeft en maar blijft knellen. Bah. Gelukkig is mijn grootste project net afgerond. En een ander op een haar na klaar. Iedereen is eigenlijk in afwachting van De Informatie over de komende reorganisatie. Maar zolang de OR vragen heeft, wordt de communicatie steeds uitgesteld. We hopen nu op eind volgende week. En het ligt dus niet in de planning om dat moment thuis af te wachten! Verdorie. Als ik verdrietig klaag tegen manlief, verschijnt er een lachje om zijn mond. ‘Ik denk dat de nichtjes niet alleen bloemen en chocolade hebben achtergelaten. Maar ook een klein virusje. Zodat je nog wat langer aan afgelopen weekeinde terugdenkt!’ Ik haal luidruchtig mijn neus op en wend me beledigd af. En pak nog maar een paracetamol met codeine. Hopelijk voel ik me snel weer gezond en fit.