Zoen- of slachtoffer

Onze buurt wordt bij tijd en wijle geterroriseerd door een kat. Een grote rode sluwe kater die over de straat paradeert alsof het allemaal van hem is. Hij is ook een charmeur, want bij bijna elk eetcafeetje of snackbar krijgt hij wel wat toegeschoven. Hij heeft inmiddels zijn zinnen ook gezet op de supermarkt, maar tot dusverre houdt die manmoedig stand. En dus zit hij in de ruimte tussen de twee sluisdeuren en wacht zijn kans af. Als manlief net doet of hij met het winkelwagentje over hem heen wil rijden, verroert hij nog geen snorhaar. En het is manlief die uiteindelijk afdruipt. Op zich heb ik echt niets tegen katten. Maar deze heeft Floppy een keer aangevallen, terwijl die nietsvermoedend aan een boom stond te snuffelen. Sindsdien loopt ook hij ‘toch liever aan de overkant van de straat’. Kortom, een echte terrorist dus. Maar vanochtend twijfelde ik toch even. Als ik Floppy wil uitlaten en de deur open doe, staat hij voor me op de stoep. In zijn bek een nog naspartelende merel. Hij kijkt me aan terwijl hij een pootje in zijn bek verschuift. Dan lijkt hij zich te bedenken en loopt weg, de duisternis in. Was dit nou een zoenoffer? Of ben ik gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plek? Een ding is zeker: volgens de merel is hij toch echt het zoveelste slachtoffer.