Arm en rijk

Zomaar het einde van een werkdag. Ik zie op de stationsklok dat de trein elk moment kan gaan vertrekken en sprint het perron op. Gelukkig, hij staat er nog. Het fluitje klinkt als ik afzet. De deuren gaan dicht en veel sneller dan ik dacht. Red ik het wel of red ik niet? Ook de deur twijfelt: ik zit klem. Iemand binnen trekt aan mijn arm. Iemand achter me trekt aan mijn been. Uiteindelijk val ik terug op het perron. De conducteur kijkt het een eindje verderop lachend (!!) aan: ‘Volgende keer beter!’ roept hij me na, terwijl ook zijn deuren sluiten en de trein zich in beweging zet. Mij met een pijnlijke enkel en een illusie armer achterlatend.

Het einde van een andere werkdag, een paar weken later. De secondewijzer op de stationsklok tikt onverbiddelijk verder: tijd om te vertrekken! Ik hol het perron op. ‘Wacht op mij, alsjeblieft!’, roep ik naar de conducteur die op het punt staat te fluiten. Hij lacht en wenkt: ‘Kom maar gauw!’ Als ik in de trein sta, nog nahijgend, kijkt hij nog een keer of iedereen binnen is en sluit dan de deuren. Hij draait zich om naar mij: ‘Jij bent echt een gelukskind, weet je dat? Ik wens je nog een fijne dag toe!’ Terwijl hij wegloopt, fluit hij een vrolijk deuntje. Een tevreden klant rijker.