Vrouwen

Voor zover ik kan nagaan, ben ik in mijn jeugd niets tekort gekomen. Maar als ik iets zou moeten noemen, dan is het te weinig dierentuinbezoek. Dus als manlief voorstelt om samen een dagje naar Amsterdam te gaan, weet ik gelijk de invulling: Artis! Manlief heeft in zijn jeugd helemaal niets te klagen gehad over die specifieke activiteit. Maar bij het zien van mijn blije gezicht, gaat hij akkoord. En zo lopen we door een van de oudste dierentuinen van het land. Enthousiast wijs ik aan: ‘Kijk daar dan, pinguins! Ah, wat een leuke wasberen! En wat lopen die giraffen toch statig, he!’ Ik geniet met heel veel uitroeptekens. Sta recht onder een gier die me zeer geinteresseerd aankijkt: potentieel hapje? De scherpe bek van een ara zit op twintig cm afstand van mijn gezicht, slechts gescheiden door hekwerk. De zwarte panter laat zien dat hij al zijn tanden nog heeft. Ik verblik of verbloos niet. Als we ‘Jungle bij night’ inlopen, zie ik een bordje met ‘Tarantula’. Heel voorzichtig speur ik door het glas. Waar heeft die engerd zich verstopt? Volkomen onverwachts vinden mijn ogen hem. Ajakkes! Manlief voegt zich weer bij me en ziet dat het glas eigenlijk een deurtje is. Hij rammelt er even aan: is het open of afgesloten? Ik spring minstens drie meter achteruit: ‘Doe dat nou niet!’ Als we weer buiten lopen en ik me vergaap aan de neef van Bokito, zeg ik tegen manlief: ‘Eigenlijk zijn vrouwen vreemde wezens, he! Ik vind wandelende takken, vlinders of gevaarlijke tijgers helemaal niet eng. En bij het zien van zo’n spin staat gelijk mijn hele rug vol kippenvel!’ Manlief slaat zijn arm om me heen, drukt een kus op mijn kruin en zegt: ‘Klopt helemaal, lieverd. Maar dat wist ik natuurlijk allang!’