Zo blij

Met Floppy in mijn armen sta ik op het punt hem uit te laten. Terwijl ik op de eerste trede stap, blijf ik met mijn hak hangen in mijn broekspijp. Ik kan nog net mijn balans hervinden. Beneden haal ik even diep adem: dat was schrikken. Floppy kijkt mij vernietigend aan: wat ik met mijn eigen lijf en leden doe, moet ik zelf weten. Maar hij zit beslist niet te wachten op het breken van zijn broze botjes. Als ik de deur open en naar buiten stap, heb ik exact een nanoseconde de tijd om terug naar binnen te springen. Een krantenbezorger op de stoep. Met zijn fiets op ramkoers! Op kantoor stap ik in de lift om me naar mijn werkplek te brengen. Ik ben aan de late kant, de deuren sluiten al. Maar daar waar de sensor ze normaalgesproken een seintje geeft, zijn de deuren dit keer onverbiddelijk. Ik kan me nog net losrukken. Terug thuis rijd ik snel even op de fiets naar mijn moeder. Het is donker en het regent. Maar mijn voor- en achterlamp branden. En ik heb een lichte jas aan. Niettemin weerhoudt dat een man er niet van om het portier van zijn auto zonder te kijken open te gooien. Ik kan ‘m nog net ontwijken. En geef vervolgens een ruk aan mijn stuur terug richting stoeprand. Een bus dendert voorbij. Als manlief thuis komt en vraagt hoe het met me gaat, kijk ik hem stralend aan. Na al die aanslagen? Ik ben blij dat ik leef! Heel blij!