Oogje in het zeil

Ze keek me stomverbaasd aan: ‘Meen je dat nou echt?’ We stonden in hartje Parijs en ik had zojuist gezegd dat ik iets heb met de Eiffeltoren. Omdat ik ‘m bijna overal in de stad kan zien. Net alsof hij zo een oogje in het zeil houdt. En me beschermt tegen nare personen of zaken. ‘Maar je bent zo zelfstandig en eigengereid?! Jij waakt juist over anderen dat hen niets overkomt!’ Toch meende en meen ik het echt. Ik vind het prettig als iemand op de achtergrond alles een beetje in de gaten houdt, terwijl ik met volle teugen geniet van het leven. Die ervoor zorgt dat ik niet in alle sloten tegelijkertijd loop. En omdat deze rol te zwaar en veelomvattend is voor een persoon (of een Eiffeltoren), zijn er meerdere mensen in mijn omgeving die zich als beschermengel opwerpen, met manlief uiteraard voorop. Op de voet gevolgd door mijn vader met echte vleugels en mijn broer. Zo kan me niets gebeuren. Gisterenavond ging de telefoon. Een vriend die ik alweer te lang niet gesproken had. En die ook ooit zo’n eervolle benoeming heeft gekregen. We kletsen lang (heel lang) bij. Hoe het nu met manlief ging (goed!) En met zijn gezin (wat, gaat je jongste nu al naar school?) We spraken af om elkaar binnenkort te zien en verder bij te praten. Met een blije glimlach op mijn gezicht viel ik in slaap, wetend dat er over me wordt gewaakt. En dat voelt goed.