Vakantie

We zitten in een verhitte discussie, mijn collega en ik. Het gaat over de definitie van vakantie. Ik heb haar zojuist verteld dat we dit jaar niet op vakantie gaan. We sparen zowel vakantiedagen als -geld voor onze Amerika-trip volgend jaar. Ze is het volstrekt niet met mij eens. Ik ben volgens haar al een paar keer op vakantie geweest dit jaar. Wanneer heb je dan formeel vakantie en het bijbehorende gevoel? Onze laatste ‘vakantie’ in Frankrijk was heerlijk! Maar eigenlijk was het een gezellig familiebezoek in het buitenland. Waar we genoten van de zon, de verwennerij door mijn schoonouders en de prettige sfeer. Het weekeinde in Londen was fantastisch! Toch vierde ik er ‘slechts’ mijn verjaardag in het gezelschap van manlief en onze moeders. We komen er niet uit. Een dag later. Manlief en ik hebben een dagje vrij. We treinen naar Schiphol en drinken Starbucks-koffie. Slenteren door de vertrekhal en tellen goudvissen in het goudvissenhotel. Ik koop een schitterende rugzak van Kipling. Als souvenir. Na een paar uur nemen we een enkeltje naar Amsterdam. Slenteren hand in hand over de Dam. Bekijken het weergaloze aanbod aan Michael Jackson-prullaria bij de Bijenkorf en Van Leest. Zien ‘hoe heet hij nou toch’ Slumdog Millionaire in een van zijn Free Record Shop-filialen promoten. En eten bij Hard Rock Cafe Amsterdam, na eerder hun gast te zijn geweest in Washington, San Francisco en Londen. Op de terugweg sms ik naar mijn collega. ‘Je had toch gelijk, hoor. Zijn vandaag heerlijk op vakantie geweest. En hebben genoten!’