Leven en dood

‘Ik snap niks van mezelf’, zegt mijn collega. ‘Ben helemaal geen fan! Maar ik verzamel elk snippertje info over Michael Jackson!’ Het is massahysterie wat de klok slaat. Van alle ondervraagden antwoordde maar liefst 69% dat ze alle media-aandacht nu wel zo’n beetje ver over de top vonden. Om vervolgens terug naar het beeldscherm te hollen en vooral niets te missen. Ik vorm daarop geen uitzondering. Ben inmiddels weer op aarde geland. Maar nog steeds verdrietig. Zeker nu ik het filmpje heb gezien van twee dagen voor zijn dood. Dat was geen uitgebluste oververmoeide wereldster. Dat was een artiest die er helemaal klaar voor was! Ik had bewust geen kaartje voor Londen gekocht. Was te bang voor het ‘Toon Hermans’-effect. Mijn moeder en ik zagen hem een paar jaar voor zijn dood. Een te oude man die nog zo graag wilde. Maar zelfs de sprankeling in zijn ogen was flets. Dat beeld zie ik telkens voor me als iemand het over hem heeft. En dat wilde ik mijn jeugdidool niet aandoen. Er is alleen geen sprake meer van ‘nu niet’. Het is ‘nooit meer’ geworden en dat doet pijn. Als ik op het NOS-journaal de rapportage over zijn memorial a.s. dinsdag zie, schuift mijn hand bijna onmerkbaar richting muis. Ik klik op de link om mee te doen aan de verloting voor een toegangskaart tot het Stapels Center in Los Angeles. De server is uiteraard overbelast. Ik probeer het nog eens. En nog eens. En dan ineens krijg ik een bevestiging. Ik heb kans op twee van de 17500 kaarten voor de herdenkingsplechtigheid. Manlief lacht: ‘Uitgesloten dus!’ Ik ben het met hem eens. De kans is een op 2 miljoen. ‘Uiterst klein’ dekt de lading bij lange na niet. Maar ach, een mens zonder dromen leeft niet echt. Michael is dood. Ik leef!