Voor het geval dat

‘Kan ik nog iets voor je meebrengen uit de supermarkt?’, informeert mijn schoon-zusje bij haar zich niet zo lekker voelende partner. ‘Graag, als het niet teveel moeite is een goed humeur!’ We lachen met z’n allen. ’t Is ook geen lolletje. Zit je in de Provence met prachtig weer je hartstikke beroerd te voelen. Schoonzusje speelt het spel mee: ‘Moet wel even kijken of ze op voorraad zijn’. Manlief, die altijd in is voor een geintje, voegt er lachend aan toe: ‘Ja hoor, ik zag toevallig gisteren nog een hele stapel liggen. Neem er maar gelijk wat extra mee, voor het geval dat!’ Maar partner schudt zijn koortsige hoofd. ‘Je moet daar mee uitkijken, die dingen zijn hartstikke bederfelijk.’ Ik opper voorzichtig dat je beter een goed humeur van twijfelachtige kwaliteit kunt hebben dan een chagerijnige kop. Maar partner is niet overtuigd: ‘Je weet nooit wat het effect is. Voor je het weet heb je ineens moordneigingen.’ Waarmee hij gelijk het laatste woord heeft. Voor het geval dat.