Hart op de tong

Ze zitten naast elkaar, allebei in een gemakkelijke stoel met een glas rode wijn prominent voor zich op tafel. ‘Hoe begon het bij jou?’ en ‘Welke medicijnen moet jij slikken?’ wisselen elkaar af met sterke verhalen en ervaringen. De vader van mijn schoonzusje heeft ook op jongere leeftijd een hartinfarct gehad. Het is inmiddels alweer een paar jaar geleden. Maar hij weet het nog als de dag van gisteren. Samen met manlief bespreekt hij de dagelijkse dingen waar ze tegenaan lopen. Heeft sporten enig zichtbaar effect behalve op je humeur? Hoeveel alcohol moet je tot je nemen om de bloedverdunners eigenlijk net zo goed te kunnen laten staan? En hoe ga je om met het feit dat het waarschuwingsbordje bij de achtbaan in Disneyland Parijs ineens op jou slaat? Hartproblemen. Zichtbaar effect, zei je? Het verbroedert duidelijk.

Stamboom

Even dacht ik dat manlief z’n fysieke situatie invloed zou hebben op hun besluit. En daarin kreeg ik nog gelijk ook. Alleen dachten mijn broer en schoonzusje nu nog positiever over hun verzoek aan ons om voogd en voogdes te worden van Peanut. Een voogd die niet rookt, scoort veel hoger. Maar we verbonden er wel een voorwaarde aan. Natuurlijk hopen we dat het nooit nodig zal zijn om in de plaats van zijn of haar ouders te treden. Maar mocht het zover komen, dan moeten we uiteraard wel bekend zijn met elkaar. Oftewel: ik wil graag meer betrokken zijn bij het kindje. Van logeerpartijtjes tot en met poepluiers verschonen. En van uitjes naar de dierentuin tot het voorlezen van sprookjes uit de Efteling. We waren er zo uit: geregeld! En dus betrekt mijn schoonzusje me nu al bij haar vorderende zwangerschap. En stuurt foto’s van het kinderkamertje in wording. Er staat inmiddels een prachtige stamboom in de hoek. Alleen een paar blaadjes ontbreken nog. En misschien hier en daar een klein pindaatje eraan. Voor de sfeer.

Floppy and me

Wat is dat toch met mensen en emotie? Bij het minste of geringste kuchje staan ze met grote angstogen naast je mand. Terwijl het heel normaal is om ’s ochtends even al die haren uit je bek te hoesten en vervolgens fit en vrolijk de dag te beginnen. Poep je een paar keer niet, omdat er iets in je ritme is gewijzigd, komt gelijk die bezorgde blik weer in de ogen. Althans, ik zou niet weten waarom zij anders vorige week ’s nachts zo lag te woelen en te draaien. Maar ze leest wel bewust het boek The Art of Racing in the Rain. En ze kijken samen willens en wetens naar ‘Marley en me’! Terwijl ze vantevoren beseffen dat dat soort verhalen eindigt zoals alles eindigt. Ik kan daar met mijn petje niet bij. Bovendien moet ik er vervolgens gelijk weer aan geloven. Word ik bijna plat geknuffeld ‘omdat jij er nog bent’. Snap jij het, snap ik het! Een poot van mij en fijne Paasdagen!

Verknipt

Hij ging er steeds meer als een hippie uitzien. Het werd hoog tijd voor een knipbeurt. Maar als Floppy naar de kapster gaat, moet ik erbij blijven als extra paar handen voor een zeer onwillige hond. En die tijd heb ik momenteel niet. Dus terwijl manlief zich over de afwas buigt (= licht huishoudelijk werk), neem ik de schaar ter hand. Floppy kijkt me zeer argwanend aan. Maar voordat hij op z’n voeten staat, heb ik zijn staart al te pakken. Hij weet genoeg en ondergaat het lijdzaam. Na tien minuten is hij het zat en wringt zich in steeds onmogelijkere bochten. Ik moet hem laten gaan, en de klus later afmaken. Als hij wegloopt, zie ik behoorlijk wat happen in zijn behaarde borst. Nou ja, je moet iemand na een stressvolle periode ook eigenlijk geen schaar in handen geven. Ik ruim de boel op en schiet ineens in de lach. Een hele tijd geleden was ik voor het eerst sinds nog veel langer niet helemaal tevreden over mijn eigen knipbeurt. Ben benieuwd wat mijn kapster toen allemaal had meegemaakt!

Paaseitjes

Bij de kassa van AH staat een doosje. Er zitten paaseitjes in. Mijn hand hangt er weifelend boven. Je kunt de eitjes zelf niet zien. Elk eitje heeft een gekleurd zilverpapiertje om zich heen. Ik houd niet van puur. Daar zit toch standaard een rood papiertje omheen? Blauw betekent over het algemeen melkchocolade inhoud. En geel bevat meestal een wit chocolade eitje. Maar wat bedoelen ze met koperkleurig? Om niet te spreken van geel-met-blauwe-streepjes. Paars-met-lila? Mint-met-blauw? Ik aarzel nog een moment en kies dan voor zekerheid: blauw. Als ik heb afgerekend en de boodschappen verzameld, pel ik voorzichtig het papiertje eraf. Bingo: melkchocolade. Even kijk ik nog in de richting van het bakje. Maar dan draai ik me om en loop naar de uitgang. Curiosity killed the cat. En straks moet ik toch nog even terug naar de winkel voor het avondeten.

Smokey

Niet roken in het ziekenhuis viel eigenlijk nog wel mee. Een onbekende omgeving, andere geuren, een afwijkend dagritme. Weinig verleiding om toch een sigaret te draaien. Maar thuis is het een ander verhaal. Daar val je na een gewenningsmoment al snel weer in je eigen gewoontes. En betrap je jezelf op een onbewuste en automatische beweging richting shagbuil. Manlief houdt zich dapper staande. Hij geeft niet toe: de waarschuwing was duidelijk. Of de vernauwing nu wel of niet is veroorzaakt door het roken, hij heeft samen met een hoog cholesterol en weinig beweging teveel kans op een herhaling. En dat is het niet waard. Maar gemakkelijk is anders. Als we naar een film zitten te kijken waarin regelmatig een sigaret wordt opgestoken, kijk ik voorzichtig naar manlief. Hij kijkt terug en glimlacht. Dan zegt hij: ‘Ik weet het. Ik word acteur! En dan geef ik me vooral op voor rollen waarin wordt gerookt. Kan ik over een paar weken tegen de cardioloog zeggen dat ik ben gestopt. Maar ja, mijn werk, he!’ Hij knipoogt, ’t is maar een grapje. Ik heb bewondering voor de manier waarop hij hiermee omgaat. En dat mag ook wel eens worden geschreven!

Even wennen

De cardioloog laat het filmpje van de katheterisatie zien. Zeer indrukwekkend, zelfs op vertraagde snelheid. We stellen vragen en krijgen antwoorden. Manlief heeft toch een klein infarct gehad, volgens medische begrippen. En dus krijgt hij een vracht informatie en medicijnen voor het komende jaar mee naar huis. Hij gaat deelnemen aan een indrukwekkend revalidatieprogramma, waar ook de partner (lees: ik) nadrukkelijk bij wordt betrokken. Stukje onontbeerlijke nazorg want, zo zegt de cardioloog, je moet niet dramatiseren, maar ook niet onderschatten wat er de afgelopen week met jullie is gebeurd. Als we vragen wat manlief de komende tijd wel en niet mag, is trappen lopen het eerste dat wordt genoemd. Niet zo heel handig als je op de eerste etage woont, maar een keertje is in dit geval niet zo erg. Daarnaast moeten alle huishoudelijke activiteiten zoveel mogelijk worden vermeden. ‘Sorry, maar het zware werk moet vrouwlief tijdelijk even opknappen.’ Manlief grinnikt: ‘Dat is fijn om te horen. Dat deed ik al, maar dan kan ik nu de gewetensbezwaren achterwege laten!’ ’t Zal even wennen zijn. Maar het komt allemaal goed. En nogmaals bedankt voor alle blijken van medeleven!