Verknipt

Hij ging er steeds meer als een hippie uitzien. Het werd hoog tijd voor een knipbeurt. Maar als Floppy naar de kapster gaat, moet ik erbij blijven als extra paar handen voor een zeer onwillige hond. En die tijd heb ik momenteel niet. Dus terwijl manlief zich over de afwas buigt (= licht huishoudelijk werk), neem ik de schaar ter hand. Floppy kijkt me zeer argwanend aan. Maar voordat hij op z’n voeten staat, heb ik zijn staart al te pakken. Hij weet genoeg en ondergaat het lijdzaam. Na tien minuten is hij het zat en wringt zich in steeds onmogelijkere bochten. Ik moet hem laten gaan, en de klus later afmaken. Als hij wegloopt, zie ik behoorlijk wat happen in zijn behaarde borst. Nou ja, je moet iemand na een stressvolle periode ook eigenlijk geen schaar in handen geven. Ik ruim de boel op en schiet ineens in de lach. Een hele tijd geleden was ik voor het eerst sinds nog veel langer niet helemaal tevreden over mijn eigen knipbeurt. Ben benieuwd wat mijn kapster toen allemaal had meegemaakt!

Paaseitjes

Bij de kassa van AH staat een doosje. Er zitten paaseitjes in. Mijn hand hangt er weifelend boven. Je kunt de eitjes zelf niet zien. Elk eitje heeft een gekleurd zilverpapiertje om zich heen. Ik houd niet van puur. Daar zit toch standaard een rood papiertje omheen? Blauw betekent over het algemeen melkchocolade inhoud. En geel bevat meestal een wit chocolade eitje. Maar wat bedoelen ze met koperkleurig? Om niet te spreken van geel-met-blauwe-streepjes. Paars-met-lila? Mint-met-blauw? Ik aarzel nog een moment en kies dan voor zekerheid: blauw. Als ik heb afgerekend en de boodschappen verzameld, pel ik voorzichtig het papiertje eraf. Bingo: melkchocolade. Even kijk ik nog in de richting van het bakje. Maar dan draai ik me om en loop naar de uitgang. Curiosity killed the cat. En straks moet ik toch nog even terug naar de winkel voor het avondeten.

Smokey

Niet roken in het ziekenhuis viel eigenlijk nog wel mee. Een onbekende omgeving, andere geuren, een afwijkend dagritme. Weinig verleiding om toch een sigaret te draaien. Maar thuis is het een ander verhaal. Daar val je na een gewenningsmoment al snel weer in je eigen gewoontes. En betrap je jezelf op een onbewuste en automatische beweging richting shagbuil. Manlief houdt zich dapper staande. Hij geeft niet toe: de waarschuwing was duidelijk. Of de vernauwing nu wel of niet is veroorzaakt door het roken, hij heeft samen met een hoog cholesterol en weinig beweging teveel kans op een herhaling. En dat is het niet waard. Maar gemakkelijk is anders. Als we naar een film zitten te kijken waarin regelmatig een sigaret wordt opgestoken, kijk ik voorzichtig naar manlief. Hij kijkt terug en glimlacht. Dan zegt hij: ‘Ik weet het. Ik word acteur! En dan geef ik me vooral op voor rollen waarin wordt gerookt. Kan ik over een paar weken tegen de cardioloog zeggen dat ik ben gestopt. Maar ja, mijn werk, he!’ Hij knipoogt, ’t is maar een grapje. Ik heb bewondering voor de manier waarop hij hiermee omgaat. En dat mag ook wel eens worden geschreven!

Even wennen

De cardioloog laat het filmpje van de katheterisatie zien. Zeer indrukwekkend, zelfs op vertraagde snelheid. We stellen vragen en krijgen antwoorden. Manlief heeft toch een klein infarct gehad, volgens medische begrippen. En dus krijgt hij een vracht informatie en medicijnen voor het komende jaar mee naar huis. Hij gaat deelnemen aan een indrukwekkend revalidatieprogramma, waar ook de partner (lees: ik) nadrukkelijk bij wordt betrokken. Stukje onontbeerlijke nazorg want, zo zegt de cardioloog, je moet niet dramatiseren, maar ook niet onderschatten wat er de afgelopen week met jullie is gebeurd. Als we vragen wat manlief de komende tijd wel en niet mag, is trappen lopen het eerste dat wordt genoemd. Niet zo heel handig als je op de eerste etage woont, maar een keertje is in dit geval niet zo erg. Daarnaast moeten alle huishoudelijke activiteiten zoveel mogelijk worden vermeden. ‘Sorry, maar het zware werk moet vrouwlief tijdelijk even opknappen.’ Manlief grinnikt: ‘Dat is fijn om te horen. Dat deed ik al, maar dan kan ik nu de gewetensbezwaren achterwege laten!’ ’t Zal even wennen zijn. Maar het komt allemaal goed. En nogmaals bedankt voor alle blijken van medeleven!

Geslaagd!

Als ik mijn fiets in het fietsenhok zet, hoor ik een brandalarm. Ik kijk om me heen: bij een ziekenhuis is het toch net even wat spannender. Overal zie ik mensen, die eigenlijk niets doen, alleen maar afwachten. Ik haal mijn schouders op en loop naar de derde verdieping. Net op tijd om manlief nog een kus te geven voordat hij met bed en al wordt weggereden. Als we bij de liften staan, valt het kwartje. Brandalarm = geen gebruik van de liften! Een van de verpleegsters loopt terug en komt even later met de mededeling dat manlief weer naar zijn kamer moet tot nader order. De moed zinkt ons in de schoenen respectievelijk sokken: het zal toch niet? Aan de andere kant: ik zou liever niet op de operatietafel liggen als het pand ontruimd moet worden! Na tien minuten wordt het sein veilig gegeven: loos alarm. Bij de liften volgt nog een laatste knuffel: tot zo! Mijn vriendin onderbreekt haar werkzaamheden in het ziekenhuis voor een opbeurend kopje koffie en een praatje. Na een klein half uurtje keer ik terug naar de afdeling, waar een zuster enthousiast staat te gebaren: ‘Hij is alweer onderweg! Het is goed gegaan, ze hebben een kleine vernauwing gevonden. Dat was de oorzaak van de klachten. En die hoeft niet gedotterd, maar kan met medicijnen worden verholpen! Gefeliciteerd!’ Als manlief weer op de kamer ligt, half in slaap, pak ik mijn telefoon. En bel en sms zoveel mogelijk mensen die zo met ons hebben meegeleefd. Gelukwensen vliegen om mijn oren. Mijn tranen zitten hoog, maar ik hou me in. Dit was het allerbeste best-case-scenario waar we maar op hadden durven hopen. Het betekent echt wel het een en ander voor de toekomst. Maar het komt weer goed. En dat is het allerbelangrijkste.

Wil de echte patient opstaan?

‘Als je straks opa ziet, hoef je niet bang van hem te zijn, hoor. Al die slangetjes zorgen dat hij beter wordt!’ Een meisje van een jaar of zes praat geruststellend tegen haar broertje van 4, terwijl ze elkaars handen stevig vasthouden. Ik glimlach en kijk naar manlief. Hij praat met zijn broer, schoonzus en moeder, zittend in de centrale hal van het ziekenhuis. Als je niet beter wist, zou je denken dat niet hij, maar ik de patient was! Mijn spiegelbeeld kijkt me ’s ochtends vermoeid aan. Gisteren zaten mijn nek en schouders zo vast van de stress, dat een vriend van ons zijn fysiopraktijk speciaal even open deed om me te kraken. En het gaat goed met manlief. Wat de katheterisatie morgen brengt, is even afwachten. Maar hoe dan ook waren film en echo goed, dus ze verwachten geen grote problemen. Een kwestie van dagen, dan is manlief weer thuis. Tot dat moment houd ik het nog wel even vol. De belangstelling is zo fijn, het doet me goed om al die kaarten, emails en reacties op D’s Days te lezen. Zelfs onze vrienden in USA laten weten met ons mee te leven. Adem in, adem uit, dan komt alles goed.

PS: een middagdutje doet wonderen!

PPS: morgen wordt manlief als derde geholpen. Zonder spoedgevallen rond half 11 dus.

Neighbours

‘Het ga je goed!’ Met een zwaai en een stevige handdruk nam Buurman afscheid van manlief. Hij is een paar uur eerder dan hem opgenomen. Heeft een pacemaker gekregen. En vertrekt nu met z’n kleinzoon naar huis. Hij kan er weer vijf tot acht jaar tegen. Toch grappig om te horen op je 92ste. Manlief zucht en zegt: ‘Wat zal ik lekker slapen vannacht! Begon bijna te wennen aan zijn knetterende scheten! Wist je dat hij zowel het Wilhelmus als het volkslied van Macedonie afgelopen woensdag bij de voetbal ritmisch begeleidde?!’ We lachen allebei. Als we terug naar zijn kamer wandelen, grijp ik zijn hand. Ik ben blij dat het goed met hem gaat. Hoewel hij zich verveelt en er natuurlijk onzekerheid is over wat ze maandag bij de katheterisatie zullen vinden, maken we er maar het beste van. Als we de deur openen, schalt een opgewekt ‘goedemiddag!’ Een boom van een man steekt zijn hand uit: ‘Ik ben je nieuwe buurman. Ik lag hier verderop met drie dames op een kamer. Maar die kennen mijn verhalen zo langzamerhand wel. Dus ik dacht: op naar de volgende. Ik hoop dat je van praten houdt. Want ik vind niets zo gezellig als een goed gesprek. En aangezien we hier toch maar liggen te liggen ….’ En zo gaat het nog even door. Manlief rolt met zijn ogen en schiet dan in de lach. Hij ziet er de humor wel van in. En wat zal het straks heerlijk zijn om weer thuis te zijn.

Floppimero

‘En hoe gaat het met Floppy?’ vroeg een collega die zelf ook honden heeft. Gelukkig hoefde ik niet verschrikt te reageren met ‘Floppy!?!?!? Helemaal vergeten!!!’ Ik probeer hem zoveel mogelijk aandacht te geven. Maar hij mist zijn baasje zichtbaar. Slaapt op een t-shirt en een paar sokken van hem (eerlijk is eerlijk: hij liever dan ik!). En weigert het allerlekkerste kluifje van mij aan te nemen. Manlief maakt daar namelijk ’s avonds een hele show van, met allerlei kunstjes. Zonder dat smaakt het gewoon toch anders. Maar we wandelen veel samen, tussen de bezoektijden door. Het weer speelt gelukkig mee, in het zonnetje lijkt het allemaal wat lichter. ’s Avonds, als ik weer thuis ben en alle communicatie is afgerond, kruipen we samen op de bank. Het kost ons zelfs moeite om onze aandacht bij Deal or no Deal te houden. Maar dat komt allemaal wel. Zodra het baasje thuis is, wordt alles weer normaal. En kunnen we ons verheugen op de Paasdagen. Tot die tijd reageert Floppy zich af op een pluche konijn dat hij als troost heeft gekregen. ’t Zijn ook altijd de kleintjes die het moeten ontgelden.

Katheterisatie

(’t Blijft een lastig woord). Weer een dag van moeizame, soms tegenstrijdige communicatie en tests achter de rug. Het bloed is nu prima. De definitieve diagnose hing af van de fietstest. De eigenaar van de nieuwe Batavus die in het najaar in de winkel moet komen (ongepast grapje) liet manlief rustig beginnen. En voerde langzaam het tempo op. Tot hij na een kwartiertje meldde, dat voor zover hij kon zien manlief het hart had van een 24-jarige sporter die nog nooit had gerookt! Los van de vraag wat er dan met zijn eigen hart was gebeurd (tot afgelopen maandag een verstokte roker), durfden we een beetje te vertrouwen op een voorspoedig eind van het ziekenhuisverblijf. Maar helaas, de cardioloog dacht er anders over. Zijn conditie is goed. We zitten niet in fase rood. Maar de detailinformatie liet duidelijk zien dat zijn hart nog steeds te weinig zuurstof krijgt. En dus staat hij nu op de lijst voor een katheterisatie. Met een klein beetje geluk morgen. Anders pas maandag of dinsdag. Ze willen namelijk toch graag weten waar het door komt. En daar zijn we dan stiekem eigenlijk toch wel blij mee. Wordt wederom vervolgd.

Verbeterpunten

Het is niet logisch dat je op afdeling 37 ligt, als je kamernummer 36.3 is. Als je oefeningen moet doen onder begeleiding van een fysiotherapeute is het niet zo belangrijk dat ze er leuk uitziet (wel meegenomen). Ze moet in elk geval een betere conditie hebben dan de hartpatiënt. Al is het maar voor het idee. Personen met ontluchtingsproblemen moeten zoveel mogelijk bij elkaar worden gelegd om de nachtrust van de andere kamerbewoner niet te frustreren. Televisie moet of overal gratis zijn of overal betaald. Dat maakt de overgang van intensive care naar hartbewaking minder verwarrend. Patiënten die net een fysiotherapeut eruit hebben gelopen, hoeven niet per rolstoel naar de echoput te worden gebracht. Daar begrijpen ze namelijk het nut niet van. En afsluitend: patienten die niet van het toilet gebruik mogen maken, geef je liever geen chili con carne bij het avondeten. Oftewel: manlief krijgt weer praatjes! Eind van de middag gesprek met de cardioloog hoe nu verder.

De echo was helemaal goed! Op dit moment denken ze dus ofwel aan hele kleine hartbeschadigingen door te weinig zuurstof. Maar die hebben dan nauwelijks iets te betekenen. En worden door lichaam zelf weer hersteld. Ofwel een tijdelijke verstopping van een stukje kransslagader. En dat kan worden verholpen. Goed nieuws dus. Vanavond is bloed afgenomen en morgenvroeg doen ze dat nog een keer. Dan wordt de fietstest gedaan en op basis van die resultaten wordt morgen aan het eind van de ochtend definitief een diagnose gesteld. En dus besloten of een cathederisatie nodig is of niet. Als hij gezond wordt verklaard, mag hij morgenmiddag naar huis. Hoe en wat daarna verder, dat horen we ook morgenmiddag. Maar het ziet er dus allemaal heel positief uit.