Smokey

Niet roken in het ziekenhuis viel eigenlijk nog wel mee. Een onbekende omgeving, andere geuren, een afwijkend dagritme. Weinig verleiding om toch een sigaret te draaien. Maar thuis is het een ander verhaal. Daar val je na een gewenningsmoment al snel weer in je eigen gewoontes. En betrap je jezelf op een onbewuste en automatische beweging richting shagbuil. Manlief houdt zich dapper staande. Hij geeft niet toe: de waarschuwing was duidelijk. Of de vernauwing nu wel of niet is veroorzaakt door het roken, hij heeft samen met een hoog cholesterol en weinig beweging teveel kans op een herhaling. En dat is het niet waard. Maar gemakkelijk is anders. Als we naar een film zitten te kijken waarin regelmatig een sigaret wordt opgestoken, kijk ik voorzichtig naar manlief. Hij kijkt terug en glimlacht. Dan zegt hij: ‘Ik weet het. Ik word acteur! En dan geef ik me vooral op voor rollen waarin wordt gerookt. Kan ik over een paar weken tegen de cardioloog zeggen dat ik ben gestopt. Maar ja, mijn werk, he!’ Hij knipoogt, ’t is maar een grapje. Ik heb bewondering voor de manier waarop hij hiermee omgaat. En dat mag ook wel eens worden geschreven!