Geslaagd!

Als ik mijn fiets in het fietsenhok zet, hoor ik een brandalarm. Ik kijk om me heen: bij een ziekenhuis is het toch net even wat spannender. Overal zie ik mensen, die eigenlijk niets doen, alleen maar afwachten. Ik haal mijn schouders op en loop naar de derde verdieping. Net op tijd om manlief nog een kus te geven voordat hij met bed en al wordt weggereden. Als we bij de liften staan, valt het kwartje. Brandalarm = geen gebruik van de liften! Een van de verpleegsters loopt terug en komt even later met de mededeling dat manlief weer naar zijn kamer moet tot nader order. De moed zinkt ons in de schoenen respectievelijk sokken: het zal toch niet? Aan de andere kant: ik zou liever niet op de operatietafel liggen als het pand ontruimd moet worden! Na tien minuten wordt het sein veilig gegeven: loos alarm. Bij de liften volgt nog een laatste knuffel: tot zo! Mijn vriendin onderbreekt haar werkzaamheden in het ziekenhuis voor een opbeurend kopje koffie en een praatje. Na een klein half uurtje keer ik terug naar de afdeling, waar een zuster enthousiast staat te gebaren: ‘Hij is alweer onderweg! Het is goed gegaan, ze hebben een kleine vernauwing gevonden. Dat was de oorzaak van de klachten. En die hoeft niet gedotterd, maar kan met medicijnen worden verholpen! Gefeliciteerd!’ Als manlief weer op de kamer ligt, half in slaap, pak ik mijn telefoon. En bel en sms zoveel mogelijk mensen die zo met ons hebben meegeleefd. Gelukwensen vliegen om mijn oren. Mijn tranen zitten hoog, maar ik hou me in. Dit was het allerbeste best-case-scenario waar we maar op hadden durven hopen. Het betekent echt wel het een en ander voor de toekomst. Maar het komt weer goed. En dat is het allerbelangrijkste.